Free eBook, AI Voice, AudioBook: Licht- en schaduwbeelden uit de Binnenlanden van Java by Franz Wilhelm Junghuhn

AudioBook: Licht- en schaduwbeelden uit de Binnenlanden van Java by Franz Wilhelm Junghuhn
0:00 / Unknown
Loading QR code...
You can listen full content of Licht- en schaduwbeelden uit de Binnenlanden van Java by Franz Wilhelm Junghuhn in our app AI Voice AudioBook on iOS and Android. You can clone any voice, and make your own AudioBooks from eBooks or Websites. Download now from the Mobile App Store.
Listen to the AudioBook: Licht- en schaduwbeelden uit de Binnenlanden van Java by Franz Wilhelm Junghuhn
Licht- en schaduwbeelden uit de binnenlanden van Java
Over het karakter, de mate van beschaving, de zeden en gebruiken der Javanen; over de invoering van het Christendom op Java, het bezigen van vrijen arbeid en andere vragen van den dag. Verhalen en gesprekken verzameld op reizen door gebergten en bosschen, in de woningen van armen en rijken.
Door de Gebroeders Dag en Nacht. Medegedeeld door den eerstgenoemde.
Te Leiden, bij Jacs. Hasenberg Corns. Zoon. 1854.
"Grau, theurer Freund, ist alle Theorie, Und grün des Lebens goldner Baum."
Göthe.
Voorrede.
Ik ben kortelings met mijn broeder Nacht uit de binnenlanden van Java alhier aangekomen, en zie met genoegen, dat men zich ook hier te lande het lot aantrekt dier goede zielen, in wier midden wij in gehuchten, dorpen, steden en in de wildernissen bij het wachtvuur, zoo menig jaar hebben doorgebragt. De onderwerpen, welke wij destijds hebben behandeld, worden hier overwogen door staatsmannen, ministers, leden der tweede kamer, liefhebbers, spekulanten, presidenten van Zendeling-genootschappen, door ingewijden en leeken, door mannen van de theorie en van de praktijk; zij worden er door gewikt en gewogen, het voor en tegen er van in het licht gesteld, door dezen aangeprezen, door genen gelaakt. Het pleit is echter nog niet beslist. Toen ik dit alles zag, dacht ik nogmaals na over hetgeen ons in der tijd bezig hield en het scheen mij toe, dat onze verhalen en gesprekken--al dragen zij niet het gewaad van geleerdheid, al zijn zij niet gevoerd door mannen, ervaren in het staatsregt, de staathuishoudkunde, dogmatiek, christologie en in de hoogere en lagere politiek, maar toch, zoo als ik met bescheidenheid vermeen te durven hopen, met een weinig gezond verstand onder den groenen boom des levens ter neêr gesteld,--niet geheel onwaardig mogen beschouwd worden, om onder het oog van het publiek te worden gebragt.
Eenige kleinigheden daargelaten, die ik er heb bijgevoegd, naar aanleiding van hetgeen ik na mijne aankomst in Europa vernam en ontwaarde, komen ze onveranderd in het licht.
Wij hopen, dat onze verhalen en gesprekken goedgunstig door den lezer mogen worden ontvangen.
Mijn broeder Nacht is reeds sedert lang door den dageraad verlicht geworden. Hij wenscht echter onbekend te blijven en heeft zijn naam veranderd. De Correspondenten van onze voormalige firma worden derhalve verzocht zich voortaan uitsluitend te wenden tot dengene, die van het navolgende is
S.... Februarij, 1854. DE MEDEDEELER.
Verhalen en Gesprekken uit de Binnenlanden van Java.
1.
Na een vermoeijenden dagmarsch over bergen en dalen, waren wij te Gnoerag aangekomen. Onze kleederen en overige reisbehoeften hadden wij in kleine lederen koffers gepakt, ligt genoeg om ze, met eene hand vastgehouden wordende, op den schouder of op het hoofd te dragen. Maar de Koeli's, die zich daarmede hadden belast--een tiental Javanen uit het dorp, dat wij des morgens hadden verlaten--waren achter gebleven. Twee uren vóór onze afreis uit Gnoetnig waren zij van daar vertrokken. Wij haalden hen echter in en vonden ze onderweg, in de schaduw van een Bamboesboschje, uitgestrekt op den grond liggen. Sommigen hielden hunne siesta en bezigden onze koffertjes, die daartoe juist groot genoeg waren, tot hoofdkussens; anderen, die reeds uitgeslapen waren, maakten kleine cigaren van fijn gesneden tabak en Djagongbladeren.--"Saja banjak tjapé, Toean!" (Ik ben dood moede, heer) zeide de een; "Terlaloe panas, korang koewat" ('t is ondragelijk heet, ik kan niet meer) voegde een ander mij toe, en "Sakit prot" (ik heb pijn in 't lijf) was de jeremiade van een der derde. Wij lieten eenigen onzer bedienden bij hen achter en zetteden onzen togt voort, nadat wij een der koffers hadden geopend om wat sigaren te krijgen en die onder hen te verdeelen. Wij beloofden ieder van hen een halven gulden boven het bedongen loon (dat wij reeds vooraf hadden betaald), benevens Koewé koewé (suikergebak) met Kopi (koffij) tot eene versnapering, indien zij zorg droegen vóór het vallen van den avond te Gnoerag te zijn. "Ja wel, beste heer!" riepen zij allen verheugd als uit eenen mond; "wat een goede heer is hij toch"--voegden anderen er bij. Hunne wil was inderdaad goed. Maar zij lagen daar zoo vrolijk bijeen! Hun goedig, slaperig oog, waarin de genoegelijkheid als het ware te lezen stond,--want zij waren zoo blij, zoo zonder zorgen,--hielden ze onafgebroken gerigt op den blaauwen rook hunner cigaren; zij schenen aldaar zoo regt gelukkig te zijn, beter nog dan het eerste menschenpaar in het Paradijs; een beekje murmelde in hunne nabijheid en Paradijsvijgen, die hun het groote blad bij wijze van bord voor hunnen medegevoerden rijstmaaltijd hadden opgeleverd, namelijk, Pisangboomen, spiegelden zich werkelijk in het effen vlak van het kristallijnen vocht der beek.
Had ik mijn zin gevolgd, dan had ik ze vooruitgezonden, maar mijn broeder Nacht zeide "ze zullen wel achter aan komen" en wij gingen vooruit met een Loerah (een dorpshoofd), drie van onze bedienden en een paar andere Javanen, die onze instrumenten en jagtgeweren droegen.--Eindelijk werd het tijd naar een nachtkwartier om te zien en nog waren zij niet aangekomen.
De avondzon wierp reeds hare roode stralen op de oostelijke dalhelling; weldra verlichtte zij nog slechts haren bovensten rand, deze heldere strook werd allengs smaller en bleeker; reusachtige vledermuizen (Kalong's) togen reeds over onze hoofden naar de oorden, waar zij hunne nachtelijke feesten vieren en het geschreeuw der paauwen in de naburige wouden klonk al luider en luider in ons oor, toen wij het eenzame dorpje naderden, dat slechts uit een vijf- of zestal hutten bestond. De donkere schaduwen, die op het breede dal waren nedergedaald, hadden ook het kleine dorp met zijne vruchtboomen reeds verzwolgen. Zoo even hadden de vrouwen op de houten blokken (Lesoeng) rijst
You can download, read online, find more details of this full eBook Licht- en schaduwbeelden uit de Binnenlanden van Java by Franz Wilhelm Junghuhn from
And convert it to the AudioBook with any voice you like in our AI Voice AudioBook app.
Loading QR code...