Free eBook, AI Voice, AudioBook: Herfsttij der Middeleeuwen by Johan Huizinga

AudioBook: Herfsttij der Middeleeuwen by Johan Huizinga
0:00 / Unknown
Loading QR code...
You can listen full content of Herfsttij der Middeleeuwen by Johan Huizinga in our app AI Voice AudioBook on iOS and Android. You can clone any voice, and make your own AudioBooks from eBooks or Websites. Download now from the Mobile App Store.
Listen to the AudioBook: Herfsttij der Middeleeuwen by Johan Huizinga
HERFSTTIJ DER MIDDELEEUWEN
STUDIE OVER LEVENS- EN GEDACHTENVORMEN DER VEERTIENDE EN VIJFTIENDE EEUW IN FRANKRIJK EN DE NEDERLANDEN
door
J. HUIZINGA
1919
VOORBERICHT
Het is meestal de oorsprong van het nieuwe, wat onze geest in het verleden zoekt. Men wil weten, hoe de nieuwe gedachten en nieuwe levensvormen, die in later tijden in hun volheid stralen, ontloken zijn; men beziet elken tijd bovenal om de beloften, die hij bergt voor de volgende. Hoe ijverig heeft men in de middeleeuwsche beschaving naar de kiemen der moderne cultuur gespeurd; zoo ijverig, dat het soms schijnen moest, alsof de geestesgeschiedenis der Middeleeuwen nauwelijks iets anders was geweest dan de advent der Renaissance. Immers, overal zag men in die tijden, die eenmaal als star en doodsch gegolden hadden, het nieuwe reeds ontspruiten, en alles scheen te wijzen naar toekomstige volmaking. Doch bij het zoeken naar het nieuwe leven, dat opkwam, vergat men licht, dat in de geschiedenis als in de natuur het sterven en het geboren worden eeuwig gelijken tred houden. Oude beschavingsvormen sterven af terzelfdertijd en op denzelfden bodem, waarin het nieuwe voedsel vindt om op te bloeien.
Hier is beproefd om de veertiende en vijftiende eeuw te zien, niet als de aankondiging der Renaissance, maar als het einde der Middeleeuwen, de middeleeuwsche beschaving in haar laatste levensgetij, als een boom met overrijpe vruchten, algeheel ontplooid en ontwikkeld. Het woekeren van oude, dwingende denkvormen over de levende kern der gedachte, het verdorren en verstijven van een rijke beschaving,--dat is de hoofdinhoud van deze bladzijden. De blik is bij het schrijven van dit boek gericht geweest als in de diepten van een avondhemel,--maar van een hemel vol bloedig rood, zwaar en woest van dreigend loodgrijs, vol valschen koperen schijn.
Overzie ik het geschrevene, dan rijst de vraag, of niet, wanneer de blik nog langer op dien avondhemel had gerust, de troebele kleuren zich toch nog zouden hebben opgelost in louter klaarheid. Het schijnt wel, dat het beeld, nu ik het lijn en kleur gegeven heb, toch somberder en minder sereen is geworden, dan ik het meende te ontwaren, toen ik den arbeid begon. Het kan licht gebeuren, dat men, de opmerkzaamheid steeds gericht op neergaan, uitleven en verwelken, te veel van de schaduw des doods over het werk laat vallen.
Het uitgangspunt van het werk is geweest de behoefte, om de kunst der Van Eyck's en hun volgers beter te verstaan, ze te begrijpen in haar samenhang met het gansche leven van den tijd. De Bourgondische samenleving was de eenheid, die ik in het oog wilde vatten: het scheen mogelijk, deze te zien als een even afgeronde beschavingskring als het Italiaansche quattrocento, en de titel van het boek was eerst bestemd te luiden: De eeuw van Bourgondie. Doch naarmate de strekking der beschouwingen algemeener werd, moest die begrenzing worden opgegeven; slechts in zeer beperkten zin viel er een eenheid van Bourgondische cultuur te postuleeren; het niet-Bourgondische Frankrijk eischte minstens evenveel aandacht. Zoo kwam in de plaats van Bourgondie de tweeledigheid: Frankrijk en de Nederlanden, en dat een zeer ongelijke. Want in een beschouwing over de afstervende middeleeuwsche cultuur in het algemeen moest het Nederlandsche element bij het Fransche verre achter blijven; slechts op die gebieden, waar het eigen beteekenis heeft: dat van het godsdienstig leven en dat der kunst, komt het uitvoeriger ter sprake. Dat in het tiende hoofdstuk de gestelde aardrijkskundige grenzen even zijn overschreden, om naast Ruusbroec en Dionysius den Kartuizer ook Eckhart, Suso en Tauler tot getuigen te kunnen roepen, zal wel geen verdediging behoeven.
Hoe gering lijkt mij het getal der doorgelezen geschriften uit de veertiende en vijftiende eeuw, vergeleken bij alles, wat ik nog wel had willen lezen. Hoe gaarne had ik naast de reeks van hoofdtypen der verschillende geestesrichtingen, op welke de voorstelling veelal is gebaseerd, nog tal van andere gesteld. Doch indien het onder de geschiedschrijvers meer dan anderen Froissart en Chastellain zijn, die ik aanhaal, onder de dichters Eustache Deschamps, onder de theologen Jean Gerson en Dionysius de Kartuizer, onder de schilders Jan van Eyck,--dan ligt dit niet enkel aan beperktheid van mijn materiaal, maar meer nog aan het feit, dat dezen door den rijkdom en het scherp eigenaardige van hun uitingen bij uitstek de spiegel zijn van den geest dier tijden.
Vormen van het leven en van de gedachte zijn het, wier beschrijving hier beproefd is. Den wezenlijken inhoud te benaderen, die in die vormen heeft gerust,--zal het ooit het werk zijn van geschiedkundig onderzoek?
Leiden, 31 Januari 1919.
INHOUD
- I. 's Levens felheid
- II. De zucht naar schooner leven
- III. De heldendroom
- IV. De vormen der liefde
- V. Het beeld van den dood
- VI. De teugellooze verbeelding van het heilige
- VII. De godsdienstige persoonlijkheid
- VIII. Aandoening en verbeelding
- IX. Verbeelding en gedachte
- X. Het falen der verbeelding
- XI. De denkvormen in de praktijk
- XII. De kunst in het leven
- XIII. Het beeld en het woord
- XIV. Het komen van den nieuwen vorm
Register
I
'S LEVENS FELHEID
Toen de wereld vijf eeuwen jonger was, hadden alle levensgevallen veel scherper uiterlijke vormen dan nu. Tusschen leed en vreugde, tusschen rampen en geluk scheen de afstand grooter dan voor ons; al wat men beleefde had nog dien graad van onmiddellijkheid en absoluutheid, dien de vreugd en het leed nu nog hebben in den kindergeest. Elke levensgebeurtenis, elke daad was omringd met nadrukkelijke en uitdrukkelijke vormen, was getild op de verhevenheid van een strakken, vasten levensstijl. De groote dingen: de geboorte, het huwelijk, het sterven, stonden door het sacrament in den glans van het mysterie. Maar ook de geringer gevallen: een reis, een arbeid, een bezoek, waren begeleid door duizend zegens, ceremonies, spreuken, omgangsvormen.
Tegen rampen en gebrek was minder verzachting dan nu; zij kwamen geduchter en kwellender. Ziekte stak sterker af bij gezondheid; de barre koude en het bange duister van den winter waren een wezenlijker kwaad. Eer en rijkdom werden inniger en gretiger genoten, want zij staken nog feller dan nu af bij de jammerende armoede en verworpenheid. Een bonten tabbert, een helder haardvuur, dronk en scherpe wijn, een heerlijk maal, het verkwikkend rustbed, waren van zulk een genot dat het zich daaruit voortaan wel schiep; als uit noodzakelijkheid moest het alles dat de zenuwen prikkelde en het bloed tot koorts deed stijgen, zoo veel mogelijk naar binnen gewerkt, om het zintuiglijk leven zoo vol mogelijk te maken. En het leven was nu niet alleen overal zoo veel vroeger, het was overal ook zoo veel meer kleurig dan nu. De groote kunst der Middeleeuwen was dan ook, zooals trouwens ook de kunst van alle landen en tijden, een kunst der vlugt voor de harde werkelijkheid.
You can download, read online, find more details of this full eBook Herfsttij der Middeleeuwen by Johan Huizinga from
And convert it to the AudioBook with any voice you like in our AI Voice AudioBook app.
Loading QR code...