ZanChat
ZanChat logo

Free eBook, AI Voice, AudioBook: De vroolijke vrouwtjes van Windsor by William Shakespeare

AI Voice AudioBook: De vroolijke vrouwtjes van Windsor by William Shakespeare

AudioBook: De vroolijke vrouwtjes van Windsor by William Shakespeare

0:00 / Unknown

Loading QR code...

You can listen full content of De vroolijke vrouwtjes van Windsor by William Shakespeare in our app AI Voice AudioBook on iOS and Android. You can clone any voice, and make your own AudioBooks from eBooks or Websites. Download now from the Mobile App Store.

Listen to the AudioBook: De vroolijke vrouwtjes van Windsor by William Shakespeare

DE VROOLIJKE VROUWTJES VAN WINDSOR

PERSONEN:

  • Sir John Falstaff.
  • Fenton.
  • Zielig, een vrederechter te platten lande.
  • Slapperman, neef van Zielig.
  • Ford, burgers van Windsor.
  • Page,
  • William Page, Page’s zoon, een knaap.
  • Sir Hugo Evans, een geestelijke, uit Wallis herkomstig.
  • Dokter Cajus, een geneesheer, Franschman.
  • De Waard van de herberg: De Kouseband.
  • Bardolf, in dienst bij Falstaff.
  • Pistool, in dienst bij Falstaff.
  • Nym, in dienst bij Falstaff.
  • Robert, page van Falstaff.
  • Simpel, bediende van Slapperman.
  • Rugby, bediende van dokter Cajus.
  • Juffrouw Ford.
  • Juffrouw Page.
  • Anna Page, haar dochter.
  • Vrouw Haastig, huishoudster bij dokter Cajus.
  • Bedienden van Page, Ford, enz.

Het tooneel is in en bij Windsor.

EERSTE BEDRIJF.

EERSTE TOONEEL.

Windsor. Voor Page’s huis.

Vrederechter Zielig, Slapperman en Sir Hugo Evans komen op.

ZIELIG. Sir Hugo, praat er mij niet meer van; ik wil er een Sterrekamerzaak van maken; al ware hij twintigmaal Sir John Falstaff, hij zal weten, dat hij met Robert Zielig, zijn edelgeboren, te doen heeft.

SLAPPERMAN. In het graafschap Gloster, vrederechter en coram.

ZIELIG. Ja, neef Slapperman, en custalorum.

SLAPPERMAN. Ja, en rato-lorum er bij; en een geboren edelman, eerwaarde, die zich armigero schrijft, op iedere rekening, borgstelling, kwijting of dagvaarding, armigero.

ZIELIG. Ja, dat doe ik, en dat hebben wij allen gedaan al sinds driehonderd jaar.

SLAPPERMAN. Al zijn afstammelingen, die voor hem waren, hebben het gedaan; en al zijn stamvaders, die na hem komen, mogen het doen; zij mogen hun dozijn zilveren pietermannen op hun riddermantel dragen.

ZIELIG. Het is een oude riddermantel.

EVANS. Die dosijn silveren pieten komt choet bij een ouden mantel; zij staan hem choet, stappend; het is een chesellig beest voor ten mensch en betuit chehechtheid.

ZIELIG. De pieterman is een versche visch;—gezouten visch behoort in een oud wapen.

SLAPPERMAN. Ik kan het vierendeelen, neef; niet waar?

ZIELIG. Als gij een vrouw neemt, ja, en de wapens vereenigt.

EVANS. Hij neemt van u, als hij fierendeelt.

ZIELIG. Wel volstrekt niet.

EVANS. Wel seker, bij onze lieve frouw; als hij een fierde van uw mantel heeft, plijven er maar drie slippen voor u self, naar mijn onnoozel pechrip. Maar dat is alles hetselfde;—als Sir John Falstaff u onaangenaamheids pechaan heeft, dan pen ik van de kerk en wil recht chaarne mijn welwillendheid u aandoen en versoeningen en kompremiesen tusschen u maken.

ZIELIG. De geheime raad zal er kennis van nemen; het is oproer.

EVANS. Het is niet choet, dat de cheheime raad van een oproer hoort; er is cheen freese Chots in een oproer te hooren; heb wel attentaat hierop.

ZIELIG. Nu, bij mijn ziel, als ik nog jong was, zou het zwaard het uitmaken.

EVANS. Het is peter, dat frienden het swaard sijn en het uitmaken; en tan is er nog een andere spikkulatie in mijn prein, die misschien iets choets uitwerkt. Taar heb je Anna Page, tochter van den heer George Page, dat een aartige maachtelijkheid is.

SLAPPERMAN. Juffer Anna Page? Zij heeft bruin haar en een fijne stem, zooals de meisjes hebben.

EVANS. Zij is juist de persoon uit de cheheele wereld als maar te wenschen is door u, en sevenhonderd pond geld en choud en silver fan haar chrootvader op zijn sterfbed,—Chod cheve hem een froolijke opstanding!—als sij in staat is seventien jaar te tellen. Het sou een goede suinigheid zijn, als wij ons gehassebas en gewirrewar wechlieten en een huwelijk maakten tusschen mijnheer Abraham en Anna Page.

SLAPPERMAN. Heeft haar grootvader haar zevenhonderd pond nagelaten?

EVANS. Ja, en haar fader laat haar nog meer tuiten.

SLAPPERMAN. Ik ken de jonge juffer; zij heeft goede gaven.

EVANS. Sevenhonderd pond en uitsichten zijn choede chaven.

ZIELIG. Nu, laat ons den braven heer Page een bezoek gaan brengen. Is Falstaff daar?

EVANS. Zou ik u foorliegen? Ik feracht een leugenaar, zooals ik iemand feracht, die niet te fertrouwen is. De ridder, Sir John, is er, en ik pit u, laat u raden door uw welmeeners. Ik wil kloppen op de deur om mijnheer Page. (Hij klopt aan). Hé, hola, Chot segene uw huis!

PAGE (van binnen). Wie is daar?

EVANS. Hier is Chots zegen en uw choede friend en de frederechter Zielig; en hier is de jongeheer Slapperman, die u misschien een ander liedje singen sal, als de saak naar uw smaak is.

(Page komt op.)

PAGE. Het verheugt mij, uw edelheden wel te zien. Ik dank u voor dat wild, mijnheer Zielig.

ZIELIG. Ik ben verheugd u te zien, mijnheer Page; het moge u wel bekomen. Ik wenschte, dat het wild beter ware geweest; het was slecht geschoten.—En hoe maakt het de goede juffrouw Page?—En ik ben u altijd van harte erkentelijk, ja, recht van harte.

PAGE. Ik dank u, heer.

ZIELIG. Heer, de dank is aan mijn kant; bij ja en neen, dat is hij.

PAGE. Ik ben verheugd u te zien, beste heer Slapperman.

SLAPPERMAN. Hoe maakt het uw lichtbruine windhond, heer? Ik hoorde zeggen, dat hij bij Cotswold achter is gebleven.

PAGE. Dat was niet uit te maken, heer.

SLAPPERMAN. Gij wilt er niet voor uitkomen, gij wilt er niet voor uitkomen.

ZIELIG. Dat wil hij niet.—’t Was een ongeluk, ’t was een ongeluk;—’t is een goede hond.

PAGE. Niets bijzonders, heer.

ZIELIG. Ja, heer, hij is een goede hond, en een fraaie hond; wat zal men er meer van zeggen? hij is goed en fraai.—Is Sir John Falstaff hier?

PAGE. Ja, heer, hij is binnen en ik wenschte, dat ik een goed werk kon doen.

EVANS. Dat is gesproken als een christenmensch.

ZIELIG. Hij heeft mij beleedigd, mijnheer Page.

PAGE. Nu, heer, hij bekent het eenigermate.

ZIELIG. Bekend is nog niet geboet; is het zoo niet, mijnheer Page? Hij heeft mij beleedigd; inderdaad, dat heeft hij;—in een woord, dat heeft hij;—geloof mij;—Robert Zielig, esquire, zegt, dat hij beleedigd is.

PAGE. Daar komt Sir John.

(Sir John Falstaff komt op, met Bardolf, Nym en Pistool.)

FALSTAFF. Zoo, mijnheer Zielig, gij wilt mij bij den koning verklagen?

ZIELIG. Ridder, gij hebt mijn dienaars geslagen, mijn herten geveld en het huisje van mijn boschwachter opengebroken.

FALSTAFF. Maar toch „de dochter van uw wachter niet gekust?”

ZIELIG. Stil, geen grappen! gij zult dit moeten verantwoorden.

FALSTAFF. Dit wil ik terstond doen:—ik heb dit alles gedaan; ziedaar mijn antwoord.

ZIELIG. Ik breng het voor den geheimen raad.

FALSTAFF. Gij deedt beter, het in uw geheime lade te houden; men zal u uitlachen.

You can download, read online, find more details of this full eBook De vroolijke vrouwtjes van Windsor by William Shakespeare from

And convert it to the AudioBook with any voice you like in our AI Voice AudioBook app.

Loading QR code...

Free eBook, AI Voice, AudioBook: De vroolijke vrouwtjes van | ZanChat AI