ZanChat
ZanChat logo

Free eBook, AI Voice, AudioBook: Moderne schelmen (Indië in Den Haag): Oorspronkelijke roman by Jacob Dermout

AI Voice AudioBook: Moderne schelmen (Indië in Den Haag): Oorspronkelijke roman by Jacob Dermout

AudioBook: Moderne schelmen (Indië in Den Haag): Oorspronkelijke roman by Jacob Dermout

0:00 / Unknown

Loading QR code...

You can listen full content of Moderne schelmen (Indië in Den Haag): Oorspronkelijke roman by Jacob Dermout in our app AI Voice AudioBook on iOS and Android. You can clone any voice, and make your own AudioBooks from eBooks or Websites. Download now from the Mobile App Store.

Listen to the AudioBook: Moderne schelmen (Indië in Den Haag): Oorspronkelijke roman by Jacob Dermout

MODERNE SCHELMEN

(INDIË IN DEN HAAG) OORSPRONKELIJKE ROMAN DOOR MR J. DERMOÛT

A. W. BRUNA & ZOON.—UTRECHT.

Hetgeen.... wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze oogen, hetgeen wij aanschouwd hebben, en onze handen getast hebben.... (I Johannes 1:1.)

Wer sich den Zweck vorgestellt hat, das Laster zu stürzen und Religion, Moral und Bürgerliche Gesetze an ihren Feinde zu rächen, ein solcher musz das Laster in seiner nackten Abscheulichkeit enthüllen, und in seiner kolossalischen Grösze vor das Auge der Menschheit stellen—er selbst musz augenblicklich seine nächtliche Labyrinthe durchwandern,—er musz in Empfindungen sich hineinzuzwingen wissen unter deren sich seine Seele sträubt.

(Schiller: Die Räuber, Vorrede.)

Zijt nuchter en waakt: want uwe tegenpartij, de duivel, gaat om als een brieschende leeuw, zoekende wien hij zou mogen verslinden.

(I Petrus 5:6.)

HOOFDSTUK I.

Een américaine reed het erf van het hôtel op. Jan van Vleuten stapte eruit, landerig, zooals iemand zijn kan, die op het heetst van den dag in de benedenstad heeft moeten vertoeven, en pas uit de bergen komt. Geen zuchtje was te bespeuren geweest, de lucht trilde van de warmte, zelfs nu nog, om vier uur. Alles straalde hitte uit. Boven in de vuilblauwe lucht de zon, beneden de macadam-weg, van links en rechts de witte muren. De boompjes langs de Passeh-baan deden er aan mee, en wierpen een kolommetje hitte op, waarin ontelbare vliegjes, met trillende vlerkjes drijvend op de warme lucht. Zelfs in de schaduw van den Simpangschen-weg was het niet beter. Het was of de warmte daar opgesloten was, niet weg kon door het bladerendak; de zucht door het snelle rijden veroorzaakt, sloeg lauw in het gezicht. Om den hoek van Embong-Malang scheen zelfs het felle trekken van de zon nog dragelijker; daar was althans ruimte. Maar de dakijzeren verandah broeide weer des te erger.

Snel liep van Vleuten, na de leidsels om het slikbord te hebben gehangen, het hôtel in, direct naar de bijgebouwen, waar hij zijn kamer had. De dikke muren en neergelaten zeilen mochten iets van de warmte hebben uitgesloten, doch hij merkte het nauwelijks.

In de deur van een der logeerkamers stond een dame, uitkijkend. Een tengere blondine, een kind nog in haar schraalte van vormen, een vrouw naar de uitdrukking van haar gelaat.

„Dag Jan, dag lieveling!” riep zij uit, hem om den hals vallend. „Foei, wat ben je warm! Ga maar gauw baden.”

„Dat heb jij al gedaan, zie ik,” zeide hij, haar de nog vochtige haren van het breede voorhoofd strijkende. „Waarom heb je niet even gewacht?”

„Het was zoo warm. En dan, weet je, in een logement vind ik het zoo gek om samen te gaan baden.”

„Malligheid! Alle getrouwde lui doen dat, Betsy.”

„Dat jok je. Dat heb je mij maar wijs gemaakt, om.... Nu ja, niet iedereen, en in een hôtel zeker niet. Kom, kleed je nu maar gauw uit en ga baden. Ik zal om een kopje thee roepen.”

En terwijl hij de kamer binnenging, riep zij met eenigzins schelle stem om een bediende.

Toen hij terugkwam uit de mandie-kamer, nu geheel opgefrischt, wachtte zij hem op met twee dikke grove aarden koppen hôtel-thee, op het tafeltje buiten in de gaanderij. Binnen in de kamer tjingelde een speeldoos.

„Wat is dat?” vroeg van Vleuten, die met handdoek en zeepbakje bij het tafeltje was blijven staan om even een slok thee te nemen.

„De doos van mama,” lachte Betsy. „Ik heb ze cadeau gekregen en zooeven uit den koffer gehaald.”

De deur van de kamer naast de hunne ging open, en een dame kwam naar buiten. Aarzelend zag zij even naar de beide anderen en deed zelfs een stap in hun richting; doch zich bedenkende, wendde zij zich om, en liep langs het gaanderijtje naar het hoofdgebouw.

„Wat een vermoeid gezicht,” merkte Betsy op. „Ze is zeker gister den geheelen nacht naar een bal geweest. Ik zou me toch eerst wat opgeknapt hebben, vóór ik uit mijn kamer kwam.”

„Ze schijnt nog heel jong,” zeide van Vleuten, „en ziet er te stevig uit om van één nacht dansen zóó overmoe te zijn. Kom, ik ga mijn haar kammen, en dan moesten we met kleeden maar wachten tot het wat koeler wordt. ’n Oogenblikje!”

Hij verdween in de kamer. Middelerwijl was de dame, die tot deze opmerkingen aanleiding gegeven had, de achtergalerij van het hôtel ingegaan, waar de hôtelhoudster bezig was eenige bevelen te geven aan de bedienden.

„Wel, mevrouwtje, hoe gaat het ermee?” vroeg de laatste op hartelijk meewarigen toon, als van iemand die weet wat het antwoord zal zijn.

„Hij is wakker en hijgt weer zoo erg. En naast ons zijn menschen, die een speeldoos hebben. Ik zag dat het hem hinderde, maar durfde niet vragen om er mee op te houden”.

De oogen der spreekster hadden iets star wanhopigs, de randen ervan kleurden zich even rood, alsof er tranen zouden komen.

„Wel m’n beste menschje, zal ik het voor je gaan vragen? Dat is goed; ga maar mee.”

En de jonge vrouw onder den arm nemende, stapte de hôtelhoudster het gaanderijtje in, recht op Betsy af, aan wie zij het verzoek deed de speeldoos stil te zetten, omdat het den zwaar zieke daarnaast hinderde.

Betsy antwoordde niet dadelijk, doch op haar beweeglijk gezicht was voldoende te lezen wat er in haar omging. Waarom moest die hôtelhoudster daar bijgehaald worden? Om aan het verzoek kracht bij te zetten soms? Dan deed zij zeker niet wat gevraagd werd! Men was vrij in zijn eigen kamer, desnoods om muziek te maken buiten den tijd van slapen. En als iemand zóó ziek was, dat hem een eenvoudige speeldoos al hinderde, dan zou zij straks niet meer mogen zingen, wat zij in ’t geheel niet, niet mogen babbelen met Jan, wat zij nog minder laten kon. Zoo iemand hoorde niet in een hôtel, maar moest naar een hospitaal! Maar toen zij den verlegen smeekenden blik zag van haar buurvrouw, weerhield zij de bruske weigering die haar op de lippen zweefde.

„Ik zal ’t meneer vragen,” zeide zij ten slotte, opstaande. „Verbeeld je, Jan,” ging zij voort, binnenkomende, „daar ligt een zieke man hiernaast, en nu vragen ze om de speeldoos vast te zetten...”

„Welnu,” zeide hij, „niets is eenvoudiger.” En hij drukte een hefboom neer, die de vleugels van den regulateur ving.

You can download, read online, find more details of this full eBook Moderne schelmen (Indië in Den Haag): Oorspronkelijke roman by Jacob Dermout from

And convert it to the AudioBook with any voice you like in our AI Voice AudioBook app.

Loading QR code...