Gratis E-boek, AI-stem, Audioboek: Historie van Mejuffrouw Sara Burgerhart door Elizabeth Bekker Wolff

Audioboek: Historie van Mejuffrouw Sara Burgerhart door Elizabeth Bekker Wolff
0:00 / Unknown
Loading QR code...
U kunt de volledige inhoud van Historie van Mejuffrouw Sara Burgerhart van Elizabeth Bekker Wolff beluisteren in onze app AI Voice Audioboek op iOS en Android. U kunt elke stem klonen en uw eigen Audioboeken maken van e-boeken of websites. Download nu uit de Mobile App Store.
Luister naar het Audioboek: Historie van Mejuffrouw Sara Burgerhart door Elizabeth Bekker Wolff
HISTORIE VAN MEJUFFROUW SARA BURGERHART
door
BETJE WOLFF en AAGJE DEKEN
INLEIDING.
Vóór ELISABETH WOLFF-BEKKER (1738—-1804) is in het buitenland zoo-nu-en-dan wel notitie genomen van onze litteraire kunst; en eigenlijk tellen we pas eenigszins mee in den vreemde na SARA BURGERHART, dat in het Fransch werd vertaald. Ze meende dat haar boek eigenlijk niet te vertalen was en alleen verstaanbaar voor Hollanders. En ze had daarin volkomen gelijk, ook naar het oordeel van BUSKEN HUET, die o.a. schreef:--"om die kunst te waardeeren moet men van de natie zijn."
Gaat er bij elke vertaling van een goed boek iets moois verloren, zeer stellig, meen ik, moet dit het geval zijn met de uitstekende werken van BETJE WOLFF. Ze zijn zoo door-en-door Hollandsch, dat vreemdelingen er gewoonlijk onverschillig voor blijven.
Ik spreek hier alleen van BETJE WOLFF, echter zonder haar vriendin AAGJE DEKEN (1741-1804) tot bloot belangstellende te willen verkleinen. Er is over het al of niet samenwerken heelveel getwist; ik meen evenwel dat AAGJE veel meer is geweest dan toeschouwster.
Wie zich nu tot het lezen zet van Sara Burgerhart, moet zich tenminste eenigermate een voorstelling maken van den tijd waarin het boek werd geschreven (1782). Wij zijn te allen tijde een volk van theologen geweest, is er terecht gezegd, en dat zijn we gebleven; dat waren we vooral nog in BETJE'S dagen. Doch toen inzonderheid was het geloof verstelseld en verdogmatiseerd, het leven was verdord in den godsdienst, veruiterlijkt, en de nieuwe denkbeelden waren nog verward: 't was vóór 't réveil, waarvan DA COSTA de dichter werd, en de Aufklärung, wier profeet KINKER worden zou, schemerde nauwelijks.
LOCKE (1632-1704) en de oudere DESCARTES vooral (1596-1650) hadden invloed gehad; BOILEAU (1630-1711) en VOLTAIRE (1694—1778) waren veel gelezen; ROUSSEAU (1712—-1778) was aan 't woord: Nouvelle Héloise, Julie, Emile, Contrat Social behoorden tot de in zekere kringen populaire lectuur--en tot die kringen behoorde ELISABETH WOLFF.
FIELDING (1707—-1754) beroemd door zijn Tom Jones en Richardson (1689—-1761) waren vertaald... Ja, véél werd er vertaald; het was zelfs een bijzonderheid dat er een roman verscheen die niet was vertaald. Niet vertaalt liet BETJE dan ook op het titelblad drukken.
RICHARDSON is BETJE'S voorbeeld; van eigenlijk gezegde navolging mag misschien sprake zijn in BETJE'S laatste werk: Cornelia Wildschut; doch merkbaar is zijn voorbeeld overal. ROUSSEAU en RICHARDSON, die twee bewondert en vereert BETJE; maar toch weer niet zóó, of ze durft met den eerste in 't godsdienstige verschillen en door den laatste verliest ze haar in-hollandsch karakter niet: zij wil Hollandsche karakters uitbeelden, menschen zooals er bij ons leven.
En ze slaagt uitstekend: Blankaart, Edeling, Suzanna, Stijntje --enzoovoort zeg ik maar, om niet te reppen thans van tante Martha de Harde en haar man, in Willem Leevend. En zooveel anderen, meesterlijke scheppingen.
Als we in ons letterkundig leven terugblikken, vinden we BREDERO (1585—-1618), COSTER (1579-1658), HOOFT (1581—-1647), men denke aan diens Warenar, ASSELIJN (1620—-1701), BERNAGIE (1656—-1699), VAN EFFEN (1684—-1735) en LANGENDIJK (1683—-1756), tot BETJE'S geestverwanten, en die lijn loopt door tot BEETS (1814—-1903), wiens realisme echter gepolitoerd is, tenminste overal een grondverfje heeft: het ruige is er af, tot zelfs in Barend, den tuinmansknecht,--en tot Multatuli, die heel hoog liep met Blankaart.
Zooals reeds vermeld is werd BETJE in 1738 geboren, te Vlissingen; zij was de dochter van JAN BEKKER en JOHANNA BONDRIE, een Vlaamsche. BETJE was van haar geboorte af teer en prikkelbaar--ze werd begaafd en hartstochtelijk; leergierig was ze en las vroeg boeken, die anderen pas veel later of nooit lezen. Niet vrij te pleiten van zekere koketterie liet ze het zoover komen, dat een zekere GARGON haar kon ontvoeren; ze was toen pas zeventien jaar. Zij is er met den schrik afgekomen, ongedeert, zooals we van Sara lezen, wie iets dergelijks overkomt. Opzettelijk historie heeft ze niet geschreven in Sara, maar ongetwijfeld is die meneer R. wel een heugenis aan GARGON en SARA is niet vreemd aan BETJE.
Ze schrijft haar boek ook ter waarschuwing voor jonge meisjes als Saartje; van l'art pour l'art had ze geen idee; ze onderwijst altijd, 't zij ze romans schrijft, of in spectatoriale geschriften, als De Grijsaard, De Denker of De Borger. Die weekblaadjes bleven na van Effen geregeld, en telkens weer onder andere titels verschijnen.
Na dit voorval met GARGON had BETJE in Vlissingen en in het ouderlijk huis geen leven. Haar broer LAURENS--die iets had van broeder BENJAMIN --maakt haar 't leven zuur. Tijdelijk vindt ze een onderkomen bij den Amsterdamschen advocaat NOORDKERK, die haar wist te kalmeeren. Maar ze moest weer terug naar Vlissingen.
Het was een uitkomst voor haar, toen ze door dominee ADRIAAN WOLFF, met wien ze door haar geschriften kennis had gemaakt, altijd schriftelijk alleen, ten huwelijk werd gevraagd. Dat ging vlug in zijn werk: den 9den October kwam WOLFF in Vlissingen, den 23sten ondertrouwden ze, (1759).
WOLFF was in 1707
U kunt dit volledige e-boek Historie van Mejuffrouw Sara Burgerhart van Elizabeth Bekker Wolff downloaden, online lezen en meer details vinden op
En converteer het naar een Audioboek met elke stem die u wilt in onze AI Voice Audioboek-app.
Loading QR code...