ZanChat logo

Gratis e-boek, AI-stem, Audioboek: Een strijd om de schatten van Alva: of De watergeuzen in 1572 door H. Bertrand

AI Voice Audioboek: Een strijd om de schatten van Alva: of De watergeuzen in 1572 door H. Bertrand

Audioboek: Een strijd om de schatten van Alva: of De watergeuzen in 1572 door H. Bertrand

0:00 / Unknown

Loading QR code...

U kunt de volledige inhoud van Een strijd om de schatten van Alva: of De watergeuzen in 1572 door H. Bertrand beluisteren in onze app AI Voice Audioboek op iOS en Android. U kunt elke stem klonen en uw eigen Audioboeken maken van eBoeken of websites. Download nu uit de Mobile App Store.

Luister naar het Audioboek: Een strijd om de schatten van Alva: of De watergeuzen in 1572 door H. Bertrand

HOOFDSTUK I.

DE STORM OP DE SCHELDE.

"Eerste officier, waar is de bootsman?"

"Vooruit, commandant, om het plechtanker klaar te maken," antwoordt Harry Dalton, de dienstdoende luitenant van de Dover Lass.

"Goed, roep den bootsman hier. Hij heeft den besten neus aan boord," schreeuwt Guy Stanhope Chester, de commandant.

"Tot uw orders, commandant!"

Hierna gaat de jonge zeeman, want hij is hoogstens vijf en twintig jaar, terwijl hij het schuim en het water van zijn oliejas schudt, al tastend naar het kompashuis, waarvan de lantaarn bedekt is, voornamelijk om haar voor den wind te beschermen, maar ook om te voorkomen, dat het schip in de duisternis zal verraden, waar het zich bevindt.

Terwijl hij den koers van het schip opneemt, kijkt hij naar de twee mannen, die vastgebonden zijn aan het stuurtoestel, om niet door de golven te worden meegesleept, die over het schip hebben gespoeld, sedert zij de krijtrotsen aan Engelands kust verlieten, en roept hun toe: "Maakt je maar los, jongens, wij zijn nu in stiller water. Een gedeelte van Vlaanderen is tusschen ons en den storm."

Een oogenblik later verschijnt de bootsman, een geharde oude Engelsche pikbroek, een van de nieuwe soort van zeelieden van de groote vaart, uit de school van Drake en Frobisher. Hij is voor geen kleintje vervaard en zou geheel en al zeerob zijn, indien hij niet een borstkuras van geslagen ijzer droeg. Hij salueert zijn commandant, die vraagt:

"Hoelang is het geleden, sinds wij Vlissingen passeerden, Martin Corker?"

"Ongeveer vier glazen, mijnheer."

"Twee uur! Dat dacht ik al. Kon je de plaats met het bloote oog onderscheiden, bootsman?" vraagt Guy, het bezaanswant grijpend van het schip, dat geweldig slingert door den noordwester storm en het wassend tij.

"Het was te donker, kapitein; maar ik peilde met mijn lood, zag het land met mijn oogen en rook de slachterijen op de kust met mijn neus."

"Zoo ging het mij ook," lachte de commandant. "Jij en ik, Martin, zijn dikwijls genoeg op de Schelde geweest, om het kanaal te kunnen ruiken in zoo'n donkeren nacht, ofschoon die vervloekte Spanjaarden iedere boei op de rivier hebben vernield."

Daarna neemt de jonge commandant den eersten officier terzijde en vervolgt ernstig, met saamgetrokken wenkbrauwen: "Er is geen kans op, dat wij Alva's galjoenen op deze onstuimige zee in zulk een nacht zullen ontmoeten."

"Neen," bromt Dalton, "die Spaansche lummels zijn alleen op zee te vinden bij mooi weer."

"En buitendien," voegt de commandant er aan toe, "zou de Dover Lass het flinkste en grootste Spaansche galjoen, dat ooit de zee bevoer, bij zulk een storm ook te schande maken," en hij kijkt met den trots en de liefde van een zeeman naar het nette kleine schip, op welks halfdek hij staat, terwijl het danst op de golven van den Scheldemond, het water, dat zijn boeg schoonveegt, vlug door zijn spuigaten werpend, met Zuid-Beveland te lij en Vlaanderen te loever.

Maar de nacht is zoo donker en het schuim zoo verblindend, dat Guy Chester's scherpe oogen slechts de helft van zijn schip kunnen onderscheiden, dat niet meer dan honderd vijf en dertig voet lengte en tweehonderd vijftig tonnen inhoud heeft, opgetuigd op een wijze, zooals in de tijden van koningin Elizabeth van Engeland in zwang was, met drie masten, de groote- en de fokkemast vierkant getuigd, en de bezaansmast met een langen zeilboom, waaraan een brikzeil zou kunnen gespannen worden, als het schip niet wegens den storm gereefd had.

Onder dit tuig bevinden zich op het dek van de Dover Lass zulk een menigte grimmige verdedigingsmiddelen als ooit op een schip van die grootte, dat koers zette naar Engeland, bijeen werden gevonden;--zes lange halve achttienponders voor negenponds kogels aan iedere zijde; vier draaibassen op het halfdek, drie kleine kanonnen, moorddadige stukken, op den bak, en een half dozijn serpentines, gemonteerd als draaibassen, op de verschansingen, die voor een schip uit die dagen ongewoon laag zijn.

Een eigenaardigheid van de Dover Lass, met betrekking tot haar hutten en verschansingen, is, dat zij geen hoogen achtersteven en hooge voorplecht heeft en dientengevolge in staat is, met grooter gemak tegen den wind op te zeilen, dan de gewone zestiende-eeuwsche schepen.

Rondom het dikste gedeelte van haar masten bevinden zich wapenrekken met een menigte hartsvangers, enterhaken en strijdbijlen, terwijl de haakbussen en pistolen te vinden zijn bij den wapenmeester onder den bak of in de hut van den bevelhebber.

Haar bemanning, ongeveer honderd vijf en twintig van de luchthartigste zeerobben, die ooit iemand den hals afsneden of een schip in den grond boorden, liggen dezen avond, allen zonder uitzondering, niet in hun kooi, maar op de gemakkelijkste plaatsen, die zij kunnen vinden tusschen het geschut aan de loefzijde van het dek, en halen grappen uit, die hun op een gouvernementskruiser niet zouden veroorloofd worden.

Toch heeft de Dover Lass het uiterlijk van een oorlogsschip, al is de discipline er niet zoo streng; het is klaarblijkelijk een dier schepen, door een particulier persoon uitgerust, om te handelen, als er wat te hande

U kunt de volledige eBook Een strijd om de schatten van Alva: of De watergeuzen in 1572 door H. Bertrand downloaden, online lezen en meer details vinden van

En converteer het naar het Audioboek met elke stem die u wilt in onze AI Voice Audioboek-app.

Loading QR code...