ZanChat logo

Gratis eBook, AI Stem, Luisterboek: De Zuidster, het land der diamanten door Jules Verne

AI Voice AudioBook: De Zuidster, het land der diamanten by Jules Verne

Luisterboek: De Zuidster, het land der diamanten door Jules Verne

0:00 / Unknown

Loading QR code...

U kunt de volledige inhoud van De Zuidster, het land der diamanten van Jules Verne beluisteren in onze app AI Stem Luisterboek op iOS en Android. U kunt elke stem klonen en uw eigen Luisterboeken maken van eBoeken of Websites. Download nu vanuit de mobiele app store.

Luister naar het Luisterboek: De Zuidster, het land der diamanten door Jules Verne

EERSTE HOOFDSTUK.

DOLLE KERELS, DIE FRANSCHEN!

"Spreek, mijnheer, ik luister."

"Mijnheer, ik heb de eer de hand van miss Watkins, uw dochter, te vragen."

"De hand mijner Alice?...."

"Ja, mijnheer. Mijn aanzoek schijnt u te verrassen. Is het niet? Toch moet gij mij ten goede houden, dat ik niet recht begrijp, waardoor dat aanzoek u zoo buitengewoon voorkomt. Ik ben zes en twintig jaren oud. Ik heet Cyprianus Méré. Ik ben mijn-ingenieur en heb als numero twee bij den algemeenen wedstrijd de Polytechnische school verlaten. Mijne familie is wel is waar niet rijk, maar zij is geacht en geëerd. De consul van Frankrijk aan de Kaap de Goede Hoop zal u zulks kunnen getuigen, wanneer gij dat zult verlangen, en mijn vriend Pharamond Barthès, de stoutmoedige jager, dien gij evenals iedereen in Grikwaland kent, zou u hetzelfde kunnen getuigen. Ik ben hier in naam van het Fransche Gouvernement door de Académie des Sciences tot het verrichten van wetenschappelijke onderzoekingen gezonden. Verleden jaar heb ik in het Instituut den prijs Houdard voor mijne verhandelingen over de scheikundige samenstelling der vulkanische rotsen van Auvergne behaald. Mijne verhandeling over het diamanthoudend bekken der Vaalrivier, die ik bijna voltooid heb, kan niet anders dan goed ontvangen worden door de geleerden en de wetenschappelijke lieden. Als ik van mijne zending teruggekeerd zal zijn, word ik benoemd tot hulp-professor bij de mijnenschool te Parijs, en ik heb reeds last gegeven vertrekken voor mij te huren in de Universiteitsstraat No. 104 op de derde verdieping. Mijne bezoldiging bereikt met aanstaanden Nieuwjaarsdag, de som van vier duizend acht honderd francs. Dat is het inkomen van Rothschild niet, dat weet ik wel; maar de opbrengst mijner particuliere werkzaamheden, mijner onderzoekingen, academische prijzen, medewerking aan verscheidene tijdschriften, veroorlooft dat ik op een dubbel inkomen mag rekenen. Ik voeg er bij dat, daar mijne behoeften eenvoudig en bescheiden zijn, ik niet meer noodig heb om mij gelukkig te gevoelen. Dus nogmaals, mijnheer, ik heb de eer u de hand van miss Watkins, uwe dochter te vragen."

Door den flinken en vastbesloten toon van die kleine toespraak, gaf Cyprianus Méré voldoende den toetssteen aan, dat hij de gewoonte had in alle zaken, zelfs in de meest intieme, recht op zijn doel af te gaan en vrij uit te spreken.

Zijne gelaatstrekken daarenboven logenstraften den indruk niet, door zijne taal voortgebracht. Hij had het uiterlijk van een jongmensch, dat zich gewoonlijk met de hoogste wetenschappelijke scheppingen bezighield en slechts den minst mogelijken tijd aan 's werelds ijdelheden afstond.

Zijn kastanjekleurig haar, dat hij kort als een borstel geknipt droeg, zijn blonde baard, die bijna met de huidsoppervlakte gelijk geschoren was, de eenvoud van zijn grijs linnen reiskostuum de tienstuivershoed van stroo, dien hij, wel opgevoed als hij was, bij het binnentreden op een stoel had neergelegd, hoewel de persoon tot wien hij sprak, met de gewone slordige onachtzaamheid aan het Angelsaksische ras eigen, met gedekten hoofde was gebleven,--dat alles toonde aan, dat Cyprianus Méré een ernstigen geest bezat niet alleen, maar ook een rustig geweten en een rein hart, dat in zijn kristalhelderen blik zich afspiegelde.

Er moet nog bijgevoegd worden, dat die jeugdige Franschman zoo volmaakt zuiver Engelsch sprak, alsof hij in de meest Engelsche graafschappen van het Vereenigd Koninkrijk langen tijd verblijf gehouden had.

Mr. Watkins hoorde hem aan, terwijl hij zijn lange pijp rookte en in een houten leuningstoel gezeten was, waarbij hij het linkerbeen op een rieten voetenbankje uitgestrekt had, en met den elleboog geleund was op eene tafel, waarop een kruik gin stond, waarbij een glas, half met dien alcoholischen drank gevuld.

Die persoon was gekleed met een witten pantalon, een blauw jasje van grof linnen, een hemd van een geelachtig flanel, evenwel zonder vest of das. Onder den onmetelijken vilten hoed, die op zijn grijs hoofd geplakt of geschroefd scheen, rondde een rood en opgeblazen gezicht, dat waarachtig had kunnen vergeleken worden bij een poppenkop, die met bessenstroop ingesmeerd was. Dat weinig innemende gelaat, dat hier en daar met stukjes baard bezaaid was, van die kleur, welke men gewoonlijk melkboeren-hondenhaar noemt, was versierd met kleine grijze oogen, die er met een centerboor ingeboord schenen en niet veel geduld of goedheid des harten aanduidden.

Ter verschooning van Mr. Watkins dienen wij er dadelijk bij te voegen, dat hij vreeselijk aan het pootje sukkelde, waarom hij genoodzaakt was zijn linkervoet steeds omzwachteld te houden. Nu is het pootje eene ziekte, die evenmin aan de zuidelijke spits van Afrika als overal elders geschikt is, om de gemoedsstemming der lieden, aan wier gewrichten zij knaagt, te verzachten.

Het tooneel viel voor op de gelijkvloers-verdieping van de pachthoeve van Mr. Watkins, die zoo wat gelegen was op den 20sten breedtegraad ten zuiden van de Evennachtslijn en op den 22sten oosterlengte van Parijs op de westelijke grens van den Oranje-Vrijstaat, ten noorden van de Britsche Kaap-Kolonie, te midden van Zuid-Afrika, dat eene gemengde Engelsch-Hollandsche bevolking bezit. Dat land, hetwelk door den rechter oever van de Oranjerivier begrensd wordt, bevindt zich aan de zuidelijke uiteinden van de groote woestijn van Kalahari, welke op sommige ouderwetsche landkaarten den naam van Grikwaland voert, en wordt thans met veel meer recht sedert ruim tien jaren het "Diamonds-Field", het Diamantenveld, geheeten.

De spreekkamer, waarin deze diplomatische samenkomst plaats had, was waarachtig opmerkenswaardig, zoowel door de minder gepaste weelderigheid van eenige meubelstukken als door de betrekkelijke armoede van de overige bijzonderheden van dit binnenvertrek. De vloer bijvoorbeeld bestond doodeenvoudig uit vast aangestampte aarde, die hier en daar door dikke tapijten en kostbaar pelswerk bedekt was. Aan de muren, die nimmer met eenig behangselpapier geprijkt hadden, was een zeer fraaie pendule in gedreven koper opgehangen, alsook prachtwapens van verschillenden oorsprong, en Engelsche kladprenten, die door ove

U kunt dit volledige eBoek De Zuidster, het land der diamanten van Jules Verne downloaden, online lezen en meer details vinden via

En converteer het naar een Luisterboek met elke stem die u maar wilt in onze AI Stem Luisterboek app.

Loading QR code...