Gratis eBook, AI-stem, Audioboek: De wonderstraal; gevolgd door Tien uren op jacht door Jules Verne

AudioBook: De wonderstraal; gevolgd door Tien uren op jacht by Jules Verne
0:00 / Unknown
Loading QR code...
Je kunt de volledige inhoud van De wonderstraal; gevolgd door Tien uren op jacht door Jules Verne beluisteren in onze app AI Voice AudioBook op iOS en Android. Je kunt elke stem klonen en je eigen Audioboeken maken van eBooks of websites. Download nu uit de Mobile App Store.
Luister naar het Audioboek: De wonderstraal; gevolgd door Tien uren op jacht door Jules Verne
BROEDER SAM EN BROEDER SIB.
"Bet!"
"Beth!"
"Bess!"
"Betsy!"
"Betty!"
Dat waren de namen, die achtereenvolgens in de prachtige "hall" van Helenaburg weerklonken. Dat geroep was een onveranderlijke gewoonte van broeder Sam en van broeder Sib, wanneer zij de huishoudster van het buitenverblijf nodig hadden.
Maar in dit oogenblik deden die verkleinwoordjes van Elisabeth evenmin de waardige draagster daarvan te voorschijn komen, als wanneer hare heerschappen haar bij den naam voluit geroepen hadden.
Het was de intendant Partridge in persoon, die zich met de muts in de hand aan de deur der hall vertoonde.
Zich tot de roependen, twee personen van fatsoenlijk uiterlijk, wendende, die op den kozijnmuur zaten van een venster, welker drie glazen als ruitvormige vakken buiten den gevel der woning uitstaken:
"Roepen de heeren juffrouw Bess?" zei hij; "maar die is niet op het buitenverblijf."
"Waar is zij dan, Partridge?"
"Zij vergezelt miss Campbell, die in het park wandelt."
Partridge vertrok hoogst ernstig op een teeken, dat hem beide personen gaven.
Die personen waren broeder Sam en broeder Sib,--verkleinwoorden, afkomstig van hunne doopnamen Samuel en Sebastiaan--de ooms van Miss Campbell. Het waren Schotten van het oude ras, Schotten van een ouden Clan der Hooglanden, zij telden te zamen honderd twaalf jaar, en scheelden slechts vijftien maanden met elkander. Sam was de oudste, Sib de jongste.
Om die twee typen van eer, goedheid en toewijding bij uitnemendheid met weinige trekken te schetsen, zal het voldoende zijn mede te deelen, dat hun geheele bestaan aan hunne nicht gewijd was. Zij waren de broeders van hare moeder, die, nadat zij na een kortstondig huwelijksgeluk van slechts een jaar, weduwe geworden was, door een snelverloopende ziekte in het graf gesleept werd. Sam en Sib Melvill bleven dus alleen op de wereld als verzorgers van het kleine weeskind. Door dezelfde verteedering verbonden, leefden zij voort, dachten aan en droomden over niets anders dan het jonge meisje.
Voor haar waren zij ongetrouwd gebleven, het moet er bij verteld worden: zonder eenig berouw; want zij behoorden tot die goedige wezens, die geen andere rol op dit onderaardsche te vervullen hebben dan die van voogd. En dat was nog niet genoeg gezegd: de oudste had zich tot vader, de jongste tot moeder van het kind gesteld. Het gebeurde dan ook, dat miss Campbell er toe kwam hen heel natuurlijk te groeten met een:
"Dag papa Sam! hoe vaart mama Sib?"
Met wie zou men die beide ooms beter hebben kunnen vergelijken, behoudens hunne geschiktheid voor de zaken, dan met die twee liefdadige kooplieden, zoo goed, zoo eender van gedachten, zoo minzaam, als de broeders Cheeryble uit de London-City, de twee meest volmaakte wezens, die uit het vruchtbare brein van Dickens geboren werden. Het zou onmogelijk geweest zijn, een meer nauwkeurige gelijkenis te treffen, al moest men den schrijver ook beschuldigen, dat type aan het meesterstuk: Nikolaas Nickleby geheeten, ontleend te hebben; niemand zou zich over dit plagiaat te beklagen hebben.
Sam en Sib Melvill, door het huwelijk hunner zuster vermaagschapt aan een zijtak van het oude stamhuis der Campbells, hadden elkander nooit verlaten. Dezelfde opvoeding had hen zedelijk aan elkander gelijk doen worden. Zij hadden te zamen hetzelfde onderwijs in hetzelfde college en in dezelfde klas genoten. Daar zij over het algemeen dezelfde denkbeelden over alle zaken verkondigden in geheel overeenkomstige uitingen, zoo kon de een steeds den volzin van den anderen eindigen met dezelfde uitdrukkingen, onderstreept en gezinteekend door dezelfde gebaren. In 't kort, die twee wezens vormden slechts één, hoewel er eenig onderscheid in hun lichamelijk gestel te bespeuren was. En inderdaad, Sam was iets grooter dan Sib en Sib was iets dikker dan Sam; maar overigens zouden zij hunne grijze haren hebben kunnen verwisselen, zonder het grondkarakter van hun eerlijk gezicht aan te tasten, waarop de geheele adeldom der afstammelingen van den Clan der Melvill's geschreven stond.
Zal ook verteld moeten worden, dat in de snede hunner eenvoudige en ouderwetsche kleeding, in de keus van de stoffen daarvoor van goed engelsch laken, zij een gelijken smaak aan den dag legden, behalve dat--wie zal die geringe afwijking kunnen verklaren?--Sam de donkerblauwe en Sib donker kastanjekleur scheen te verkiezen.
Werkelijk, wie zou niet in een innigen omgang met die twee fatsoenlijke lieden hebben willen leven? Gewoon als zij waren, met denzelfden pas in het leven voort te stappen, zouden zij ongetwijfeld, op weinigen afstand van elkander, stil blijven staan, wanneer het uur van de groote levenshalte gekomen zou zijn. In ieder geval waren die twee zuilen van het stamhuis der Melvill's nog stevig. Zij zouden nog langen tijd het oude gebouw van hun ras schragen, dat van de veertiende eeuw dagteekende, dat episch tijdperk van Robert Bruce en van Wallace, heldentijdperk, waarin Schotland zijn onafhankelijkheid tegenover Engeland betwistte.
Maar al hadden Sam en Sib ook al niet de gelegenheid gehad om voor het welzijn van hun land te strijden, al vlood hun minder bewogen leven ook al heen in de kalmte van dat onbekommerd bestaan, hetwelk door het bezitten van een vermogen te weeg gebracht wordt, zoo moet men hen daarvan geen verwijt maken of meenen, dat zij ontaard waren. Neen, zij vervolgden, door wel te doen, de edelaardige overleveringen hunner voorouders.
Zij waren dan ook met de goede gezondheid, die zij genoten, en zich geen enkele levens-onregelmatigheid te verwijten hebbende, bestemd om, zonder oud naar geest en lichaam te worden, een hoogen ouderdom te bereiken.
Wellicht kon hun één gebrek ten laste gelegd worden,--wie toch is volmaakt op deze aarde?--en dat was, dat zij hunne gesprekken tooiden met beeldspraken en aanhalingen, aan den beroemden kasteelbewoner van Abbotsford ontleend, en meer bepaaldelijk aan de epische gedichten van Ossian, waarmee zij dweepten. Maar wie zou hun dat in het vaderland van Fingal en van Walter Scott tot grief gemaakt hebben?
Om hunne schets met een laatsten potloodstreek te eindigen.
You can download, read online, find more details of this full eBook De wonderstraal; gevolgd door Tien uren op jacht by Jules Verne from
En converteer het naar het Audioboek met elke stem die je wilt in onze AI Voice AudioBook app.
Loading QR code...