Gratis eBoek, AI-stem, AudioBoek: De Geschiedenis van Woutertje Pieterse, Deel 2 van Multatuli

AudioBoek: De Geschiedenis van Woutertje Pieterse, Deel 2 van Multatuli
0:00 / Unknown
Loading QR code...
U kunt de volledige inhoud van De Geschiedenis van Woutertje Pieterse, Deel 2 van Multatuli beluisteren in onze app AI Voice AudioBook op iOS en Android. U kunt elke stem klonen en uw eigen AudioBoeken maken van eBoeken of websites. Download nu uit de Mobile App Store.
Luister naar het AudioBoek: De Geschiedenis van Woutertje Pieterse, Deel 2 van Multatuli
De Geschiedenis van Woutertje Pieterse
Deel 2
Voornaam bezoek. Koningen en oliekoeken. De gesprekken van de "massa." Catapultische inspatting van de "massa." Waar kan men beter zijn? Zweven en vallen. Helaas! De auteur schaamt zich voor zijn held en vreest dat dit vaker zal gebeuren.
Gedurende de week die Wouter's tweede plaatsing "in de handel" voorafging, werd hij door drie of vier ontmoetingen zo vreemd heen-en-weer geslingerd, dat hij zich bijna suf voelde en veel moeite had om zijn hoofdje heel te houden.
En zijn hart ook!
't Was donderdag. Stoffel kwam thuis met een belangrijk bericht. De Koning – ik weet weer niet welke koning – was onverwachts in de stad gekomen en zou de volgende avond of een dag later het theater bezoeken. Alles was in rep en roer, want in republikeinse landen hecht men veel waarde aan titels, pronk en geboorte.
Meer nog dan gewoonlijk was de nieuwsgierigheid van het Volk ditmaal gespannen, omdat veel buitenlandse vorsten – waaronder zelfs een Keizer – Z.M. waren komen bezoeken. En vanuit zijn residentie – Utrecht? 's-Gravenhage? Haarlem? – zouden die aanzienlijke vreemdelingen het Hof naar Amsterdam volgen. Het was dus deze keer een praal met omstandigheden, met een sleep.
Het republikeinse Volk zou niet alleen het aangezicht te zien krijgen – of een slip van de rok – des tirannen, maar tevens aangezichten en rokspanden van veel andere tirannen, om nu niet te spreken van tiranninnen.
De vrouwtjes die gewoon waren oliekoeken te verkopen op de Dam – een pleintje dat de stedelijke regering zich veroorloofde te verhuren als markt – dreigden de stad met een proces.
't Was dan ook zeer hard, dag-in dag-uit huurgeld voor plaatsen in de openlucht te betalen voor de kans om een paar oliekoeken te slijten aan de straatjeugd, en nu op-eens verjaagd te worden omdat Z.M. zich aan "het Volk" zou vertonen op het balkon van het gewezen stadhuis.
Mocht hij die vrouwtjes niet zien? Moest de oliekoek-industrie een geheim blijven? Vreesde men voor namaak, voor onvorstelijke concurrentie?
Of mochten die olievrouwtjes en haar koeken de Koning niet zien? Was ook hij misschien bevreesd voor onedel nabaksel van zijn majesteit? Dit zouden noch de vrouwtjes noch de oliebollen gedaan hebben.
Hoe dit zij, de kraampjes werden weggeruimd, en de verjaagde industriëlen behielden alleen het recht zich privatim onder de menigte te dringen, die straks roepen zou: "leve... dit of dat!" naar de eis van het ogenblik. Ze mochten meeschreeuwen ook.
't Is eigenlijk heel vreemd dat vorsten sterven. Al die vivat's schijnen niets uit te werken.
De drukte in de stad was ditmaal ongewoon groot, door en om al de vreemde Hoog- en Doorluchtigheden die de tiran bij deze gelegenheid vergezelden.
Daar was – naar men uit de kranten vernam – de prins van Caramanie, die aanspraak had op de bijzondere sympathie des Volks, wijl men had uitgerekend dat een van zijn voorouders kapitein was geweest in Staatse dienst, en dus... zijn bloed had vergoten voor de Nederlandse vrijheid.
Dit bloed – en misschien ook de vrijheid – was een krantenverzinsel. Maar dat onze prins een groenen rok droeg met dikke gouden nestels, was waar. En op zijn hoofd had hij een bijzonder grooten steek. Men kon dus bij de eerste gelegenheid zeer gevoegelijk roepen:
Leve de prins van Caramanie!
Onder de hooggeboren persoonlijkheden bevond zich ook zekere Hertog die uit zijn land was gejaagd wegens zijn deugden. De man was spaarzaam en huishoudelijk. Nooit had hij zichzelf te kort gedaan. Toch was hij door het domme gepeupel onttroond, en met een schepel diamanten over de grenzen gezet. Van deze diamanten zou hij nu in Amsterdam een paar dozijn laten zien, en wel in hoedanigheid van roksknopen en rottingknoppen. De kranten vermaanden dus het Volk tot de allerwelgemeendste roep:
Leve de Hertog met zijn diamanten!
Prinses Erika was een nicht van de Koning, en bestemd voor de troonopvolger van een groot Rijk dat te Zaandam timmeren geleerd, en dus aan Nederland zijn carrière te danken had. Dat Rijk zou de Nederlandse staatsschuld betalen – zo verzekerden eenstemmig de kranten – als men nu maar braaf schreeuwde:
Leve prinses Erika!
De oude Paltsgravin van Aetolie stamde rechtstreeks af van zekeren ridder die zijn stalknechten liet bedienen door Lusignans. De kranten betoogden dat het de ware republikein paste, in dit bijzonder geval bewijs te geven van heraldische ontwikkeling, door met bijzonderen nadruk aan te dringen op de levensverlenging van die hoogheid. Men moest dus roepen:
Leve de Paltsgravin van Aetolie!
De Groothertog van IJsland was de welgeslaagde kleinzoon van een kroeghouder. Zijn verdiensten waren drie krantkolommen lang... brevier-letter, en nauw gezet. Het Volk moest dus even nauwgezet wezen in het waarderen. De man was meester op kling en bâton, en kon zelfs – met een beetje inspanning, nu ja – hij kon zijn naam zetten. Langs een oceaan van afgronden – zo zei de krant – had hij zich vervolmaakt tot zwager van een halfgod. Ook was hij gewoon zich te kleden als een koorddanser. Wie dus het belang des Vaderlands op het onbesmet hart droeg – zo zei de krant – kon niet laten uit zeer onbeklemde borst meeschreeuwen:
Leve de Groothertog van Ysland!
Er waren nog meer potentaten en potentaatgenoten die Amsterdam vereerden met een bezoek. Ze hadden gehoord dat die stad eigenlijk: "la Venise du Nord" heette, en... interessant was, zeer interessant!
En de Hollandse haring! Delicieus! Maar... de Hollanders weten er niet mee om te gaan: ze moet gebakken zijn.
En de Hollandse schilderschool! "Rambrànn... magnifique!"
Er waren nog meer dingen in Holland bijzonder goed, gelijk met neerbuigende vriendelijkheid door al die hoogheden werd erkend.
--Il paraît qu'un certain Wondèle a écrit des choses, des choses... mais des choses... passablement bien!
En de dijken! De Katwijkse sluis...
Lezer, géén kronologie, wat ik u bidden mag!
...die sluis: gigantesque! De Hollandse natie houdt zich in de snipperuren die er overblijven na het haringkaken en kaasmaken, bij voorkeur bezig met het temmen van elementen. Dit was met schaatsrijden en harddraven het meest geliefd – geliefkoosd, zeiden de
U kunt de volledige inhoud van De Geschiedenis van Woutertje Pieterse, Deel 2 van Multatuli downloaden, online lezen en meer details vinden in onze app
En converteer het naar het AudioBoek met elke stem die u wilt in onze AI Voice AudioBoek-app.
Loading QR code...