ZanChat
ZanChat logo

Free eBook, AI Voice, AudioBook: Diamantstad by Herman Heijermans

AI Voice AudioBook: Diamantstad by Herman Heijermans

AudioBook: Diamantstad by Herman Heijermans

0:00 / Unknown

Loading QR code...

You can listen full content of Diamantstad by Herman Heijermans in our app AI Voice AudioBook on iOS and Android. You can clone any voice, and make your own AudioBooks from eBooks or Websites. Download now from the Mobile App Store.

Listen to the AudioBook: Diamantstad by Herman Heijermans

Diamantstad

Door Herm. Heijermans Jr.

Tweede Druk.

Amsterdam.--S. L. Van Looy. 1906.

Typ. Firma Ruijgrok & Co.--Haarlem.

Begeleidend Woord, Eerste Druk.

Van het eerste deel van dit groote stads-verhaal verschenen fragmenten in 1898-1899. Bij het gereedschrijven in 1903 heb ik deze omgewerkt en verbeterd. Het leek onwenschelijk--immers afmattend voor den lezer--verklaringen van het bargoensch te geven.

Heijermans. Katwijk-aan-Zee, Maart 1904.

Begeleidend Woord, Tweede Druk.

Schrijver van dit werk--tegenstander van Inleidingen--begeeft zich opnieuw, met weerzin, in eene verklaring.

De tijd zou er buiten kunnen, buiten moeten, als het lezend publiek van de verhouding van beoordeelden en beoordeelaars weet had.

Over Diamantstad moet heel wat betoogd zijn, zelfs proza, zelfs onwelriekends.

Zij, die het verhaal (géen roman) door de plotselinge betreding der diamantbewerkers-sfeer, in zijn boekvormpublikatie stuitten (Verg. de hierboven genoemde jaartallen) moeten, om de aandacht eener unfairheid af te leiden, 't hardst geschetterd hebben.

Het is noch tegen dierbaren, noch tegen een bepaald geval, noch tegen den algemeenen geest-van-verwording in de letterkundige aanschouwing van dit land, dat deze inleiding gesteld wordt.

In littérairen zin van de gemoedelijkste onverschilligheid, onbereikbaar voor de gevreesden-van-vandaag, de goden met den eenen voet in de eeuwigheid, den anderen in 'n krant, meenen we dat onze période-van-zwijgen nog niet geheel is gekomen, vooreerst niet komen kan.

In de groote pers geen gastvrijheid vindend, om onze overtuiging uiteen te zetten, doodgezwegen of met 'n handigheidje terzij-geschoven, achten we het zeker nuttig vermaak de drukken en herdrukken der eigen schrifturen van een polemisch allerlei te voorzien, hetwelk hier en daar 'n lezer, niet door lieve vrienden voorgelicht, tot meditatie van ook ònze bedoelingen, kan verschalken.

De vergissing van den sociaal-demokratischen auteur in het bijzonder, is zijn geloof aan een eigen, wel-doordachte, wils-rijpe levenslijn.

't Eerste 't beste liberaal lidje van 'n gemeente-raad of van de Kamer--tijdgenoot, van huis-uit merkwaardiger dan 'n auteur--heeft het recht tegen onjuiste opvatting van zijn argumenten over riooleering en verlichting, in Raads- en Kamer-overzicht, protest aan te teekenen.

Een auteur, niet in deze dadelijke belangen-richting werkzaam, wordt als een onmondig beestje behandeld.

De zaak heeft hare tragische zijde--voor hen, die de schrijver meende te helpen.

Een voorbeeld uit vele:--het Spel-van-de-zee Op hoop van zegen vestigt op "zekere misstanden" de publieke aandacht, anno 1899. Bezadigd aan, na mudden vuil, kolommen laster, daagt eene gedeeltelijke kentering, eind 1906. Hulde!

Sinds 1898 worden fragmenten uit het groote-stadsverhaal Diamantstad, zonder rillerige bedoeling van epos, romantiek, literatuur gepubliceerd--'n auteur, enkel gegrepen, ontroerd door misdadige ellende, praat met zijn Gemeenschap.

De littéraire hommels snorren toe, kwijlen over een "roman"--kleeden den kouter tot over z'n navel uit--geen hand komt voor de aangeduide schande in beweging.

Vleesch-geknoei in Amerika--ah, 'n gruwel--afgehakte vingers geconserveerd--om 't te besterven!

Maar de woning-ellende, de degeneratie-door-armoede, de heenrotting van dicht-bije medeburgers, wien interesseert dat, als 'n zin zich onkuisch voordoet, als 'n beschrijving epischer te geven is, als 'n parabool mishaagt?

Welk een minderwaardige tijd is de onze.

Jammer en smart worden tot leesbare, liefst dikke boeken, ter eere eens ijdelen schrijvers verkneed--en 'n "verhaal" dat met verbittering het gewonde leven omhoogstuwt, wordt door 't gejenk-over-kunst den zwakbeenigen lezer tegen-gemaakt.

Waren sommige hoofdstukken van dit boek niet uitermate geschikt, om in synagogen en be-kruiste kerken van den kansel te worden gelezen--of, na het gebed in den gemeenteraad--of, bij de uitvaart van 'n armen, in zorgen gestikten jood?

Moeten we àllemaal dienen voor in kunst barstende krante-kolommen?

De levenslijn des auteurs.

Mei 1898--de schrijver van Diamantstad houdt waarlijk geen oratio pro domo, nà wat ongure aanvallen--had in het tijdschrift De Jonge Gids eene polemiek met den heer L. van Deyssel, die zich lof- lijk over verschenen fragmenten had uitgelaten, plaats.

Men pleegt zelden tegen verheugende beoordeeling op te komen--de auteur-mèt-zijne-levenslijn verdedigde zich, wilde niet aanvaarden.

O.m. en ongeveer schreef hij het volgende:

WelEdgeb. Heer Van Deyssel,

In de voorlaatste aflevering van het "Tweemaandelijksch Tijdschrift", is U zoo vriendelijk op meer dan welwillende wijze over den arbeid Diamantstad, dien ik in De Jonge Gids begonnen ben, te spreken. Het was mijn voornemen U naar aanleiding van door U gebezigde uitdrukkingen, eenige vragen te stellen. Bezigheden hebben dat tot heden belet--er was geen buitengewone spoed bij. U schrijft:

"Het feit dat dit (de gepubliceerde hoofdstukken) uitmuntende literatuur is, zou het zeer onaangenaam doen vinden als het gevaar voor ondergang van een inderdaad groot talent bleef voortduren door veelschrijverij of minder goede letterkundige situatie"...

Veroorloof mij op te merken, dat het qualificeeren van de beschrijving der toestanden, der werkelijke toestanden in een stadsdeel van Amsterdam--van toestanden zoo gruwelijk en schandelijk, dat zij alle daden van wanhoop zouden rechtvaardigen--tot "uitmuntende literatuur" een lof is, die mij pijnlijk heeft aangedaan.

Het zoo formuleerend, doet U wel zeer scherp uitkomen het verschil dat er in onze aandoeningen bestaat.

Ik vermeende een déél der ellende te beschrijven--gij kijkt over die ellende heen, vermeidt U in de "uitmuntende literatuur", op die gruwel-toestanden geinspireerd.

Ik herhaal: die woorden hebben mij gehinderd en eene gedeeltelijke ontnuchtering gegeven.

Het schijnt het noodlot van alle aanklacht, allen opstand tegen verdrukking, om--zoo de uiting door wat men een "kunstenaar" noemt, plaats heeft--als literatuur te worden verstikt.

Aan dat noodlot heeft U mij welwillend herinnerd.

Gij zegt dat gij het zeer onaangenaam zoudt vinden, dat ik zoo'n begaafdheid, zoo'n talent dat ik in mij voel en daar ook wel aan heb, zou te gronde richten door te veel te schrijven, of door de kunst eenerzijds of anderszijds te weinig te doen.

You can download, read online, find more details of this full eBook Diamantstad by Herman Heijermans from

And convert it to the AudioBook with any voice you like in our AI Voice AudioBook app.

Loading QR code...