ZanChat logo

Free eBook, AI Voice, AudioBook: De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2) by Charles Darwin

AI Voice AudioBook: De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2) by Charles Darwin

AudioBook: De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2) by Charles Darwin

0:00 / Unknown

Loading QR code...

You can listen full content of De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2) by Charles Darwin in our app AI Voice AudioBook on iOS and Android. You can clone any voice, and make your own AudioBooks from eBooks or Websites. Download now from the Mobile App Store.

Listen to the AudioBook: De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2) by Charles Darwin

DE AFSTAMMING VAN DEN MENSCH

DE SEKSUEELE TEELTKEUS

DOOR CHARLES DARWIN.

Naar de tweede herziene en veel vermeerderde Engelsche uitgave, (13de duizend), omgewerkt en van aanteekeningen voorzien,

DOOR Dr. H. HARTOGH HEYS VAN ZOUTEVEEN.

EERSTE DEEL.

Arnhem-Nijmegen—Gebr. E. & M. COHEN.


EERSTE HOOFDSTUK.

DE BEWIJZEN VAN ’S MENSCHEN AFSTAMMING VAN DEZEN OF GENEN LAGEREN VORM.

De aard der bewijzen, die betrekking hebben op ’s menschen oorsprong. De gelijkvormigheid van maaksel bij den mensch en de lagere diersoorten. Verschillende punten van overeenstemming. Ontwikkeling. Rudimentaire organen, spieren, zintuigen, haar, geslachtsdeelen, enz. Het gewicht van deze drie groote klassen van feiten voor het vraagstuk van den oorsprong van den mensch.

Men kan zich nauwelijks voorstellen, hoe weinig wij tot voor kort nog wisten aangaande de ontwikkeling van den mensch. Men zag van den oorsprong van het menschdom niets anders dan een groot raadsel, en het kwam niet eens bij ons op, dat men, gelijk bij andere diersoorten, bewijzen zou kunnen aanvoeren ter verklaring van het vraagstuk.

Nadat ik echter op deze wijze de zoogenaamde lagere dieren had behandeld, kwam mij de vraag op, hoe het kwam, dat dit vraagstuk, dat zoo dikwijls aan de orde komt, nog niet aan de orde was gesteld. Het is bekend, dat de een of andere onderzoeker van onze wetenschap dit aan de orde stelt, en dit geschiedt dan ook met de groote nadruk van datgene, wat niet over het hoofd mag worden gezien.

De groote groepen van feiten, welke bij alle dieren terugkomen, hebben een ontzaglijke hoeveelheid voor ons onbekende dingen aan het licht gebracht. In dit opzicht moest dan ook de mensch een onderwerp van onderzoek zijn.

Men moge dan zeggen, dat onze kennis van de ontwikkeling der dieren nog niet zoo ver is, dat wij er een gevolgtrekking uit kunnen maken, en dat wij dan ook nog geen bewijzen hebben, om den oorsprong van den mensch te kunnen verklaren. Men moet zich dan echter wel in de meeste gevallen tot zulke zeer algemeene bewijzen wenden, dat men hierdoor van het oorspronkelijke onderwerp wordt afgeleid.

Wanneer wij de verschillende diersoorten in aanmerking nemen, dan zien wij, dat deze zich in verschillende groepen schikken, en dat deze groepen dan weer in andere groepen worden opgenomen. Dit is dan ook de grondslag, waarop ons geheele stelsel van classificatie berust. Dit stelsel heeft dan ook zooveel bewijzen opgeleverd, dat het dan ook bijna geen uitbreiding meer behoeft.

Wij hebben dan ook den mensch bij de dieren ingedeeld, doch wij moesten ons dan ook afvragen, of deze indeling dan wel juist was. Wanneer wij een vogel vergelijken met een visch, dan zien wij, dat deze twee dieren, hoewel zij tot de dieren behooren, toch in hunne maaksel op het eerste gezicht niet veel gemeens hebben. Doch wanneer wij deze dieren dan beter in aanmerking nemen, dan zien wij, dat er toch eene groote overeenkomst bestaat, welke dan ook de oorzaak is, dat zij in hetzelfde groote rijk van het dierenrijk geplaatst worden.

Bij den mensch en de lagere dieren, welke in het bovenstaande zijn genoemd, hebben wij dan ook een groot aantal punten van overeenstemming gevonden, die dan ook de grondslag vormen voor de indeling bij de dieren.

Het is dan ook van het grootste belang, dat wij dan ook niet slechts de verschillende organen van het lichaam, maar ook de verschillende deelen van het lichaam in aanmerking nemen, en dat wij ons dan ook afvragen, hoe het komt, dat de een of andere diersoort dan ook weer op eene geheel andere wijze dan de vorige wordt gevormd.

Men moet zich dan ook wel realiseren, dat de ontwikkeling, welke in de verschillende tijdperken plaats heeft, dan ook de oorzaak is, dat wij dan ook weer nieuwe vormen van dieren kunnen waarnemen.

Wanneer wij de ontwikkeling van den mensch in aanmerking nemen, dan zien wij, dat deze zich dan ook in verschillende stadia voltrekt. Wij zien dan ook, dat het jonge kind dan ook weer op een geheel andere wijze dan het volwassen individu wordt gevormd.

Bij den mensch en de lagere dieren zien wij dan ook nog andere punten van overeenkomst, namelijk de rudimentaire organen. Men heeft dan ook de volgende deelen van het lichaam opgenoemd, welke dan ook bij den mensch dan wel deels, dan wel geheel zijn verdwenen.

Rudimentaire organen zijn dan ook de organen, welke dan ook bij den mensch dan wel deels, dan wel geheel zijn verdwenen.

Bij den mensch zien wij dan ook nog een aantal spieren, welke dan ook niet meer tot eene groote werkzaamheid worden gebruikt, doch dan ook nog wel deel uitmaken van het lichaam. Deze spieren zijn dan ook bij den mensch nog wel aanwezig, doch dan ook nog niet zoo ontwikkeld, dat zij een groote rol van beteekenis spelen.

Ook de verschillende zintuigen, de haren en de geslachtsdeelen, zijn dan ook bij den mensch en de lagere dieren zeer sterk overeenkomstig.

Deze groote klassen van feiten geven ons dan ook de gelegenheid, om met de meeste zekerheid te zeggen, dat de mensch dan ook wel degelijk dan wel van den een of anderen lageren diersoort afkomstig is.

Wanneer men dan ook deze feiten in aanmerking neemt, dan ziet men, dat de mensch dan ook niet zoo heel ver van de lagere dieren afstaat.

De vergelijking van het maaksel van den mensch met dat van de lagere dieren geeft dan ook een groot aantal bewijzen, welke dan ook op de afstamming van den mensch dan wel op het eerste gezicht dan wel op het tweede gezicht dan wel op het derde gezicht aanduiden.

Men kan dan ook met de grootste zekerheid zeggen, dat de mensch dan ook wel degelijk dan wel van den een of anderen lageren diersoort afkomstig is.

De vergelijking van het maaksel van den mensch met dat van de lagere dieren geeft dan ook een groot aantal bewijzen, welke dan ook op de afstamming van den mensch dan wel op het eerste gezicht dan wel op het tweede gezicht dan wel op het derde gezicht aanduiden.

Bij de vergelijking der dieren met elkaar hebben wij dan ook gezien, dat er een groote overeenkomst bestaat, welke dan ook de oorzaak is, dat zij in hetzelfde groote rijk van het dierenrijk geplaatst worden.

Men moet zich dan ook wel realiseren, dat de ontwikkeling, welke in de verschillende tijdperken plaats heeft, dan ook de oorzaak is, dat wij dan ook weer nieuwe vormen van dieren kunnen waarnemen.

De groote groepen van feiten, welke bij alle dieren terugkomen, hebben een ontzaglijke hoeveelheid voor ons onbekende dingen aan het licht gebracht.

In dit opzicht moest dan ook de mensch een onderwerp van onderzoek zijn.

Wanneer wij een vogel vergelijken met een visch, dan zien wij, dat deze twee dieren, hoewel zij tot de dieren behooren, toch in hunne maaksel op het eerste gezicht niet veel gemeens hebben. Doch wanneer wij deze dieren dan beter in aanmerking nemen, dan zien wij, dat er toch eene groote overeenkomst bestaat, welke dan ook de oorzaak is, dat zij in hetzelfde groote rijk van het dierenrijk geplaatst worden.

Bij den mensch en de lagere dieren, welke in het bovenstaande zijn genoemd, hebben wij dan ook een groot aantal punten van overeenstemming gevonden, die dan ook de grondslag vormen voor de indeling bij de dieren.

Het is dan ook van het grootste belang, dat wij dan ook niet slechts de verschillende organen van het lichaam, maar ook de verschillende deelen van het lichaam in aanmerking nemen, en dat wij ons dan ook afvragen, hoe het komt, dat de een of andere diersoort dan ook weer op eene geheel andere wijze dan de vorige wordt gevormd.

Men moet zich dan ook wel realiseren, dat de ontwikkeling, welke in de verschillende tijdperken plaats heeft, dan ook de oorzaak is, dat wij dan ook weer nieuwe vormen van dieren kunnen waarnemen.

Wanneer wij de ontwikkeling van den mensch in aanmerking nemen, dan zien wij, dat deze zich dan ook in verschillende stadia voltrekt. Wij zien dan ook, dat het jonge kind dan ook weer op een geheel andere wijze dan het volwassen individu wordt gevormd.

Bij den mensch en de lagere dieren zien wij dan ook nog andere punten van overeenkomst, namelijk de rudimentaire organen. Men heeft dan ook de volgende deelen van het lichaam opgenoemd, welke dan ook bij den mensch dan wel deels, dan wel geheel zijn verdwenen.

You can download, read online, find more details of this full eBook De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2) by Charles Darwin from

And convert it to the AudioBook with any voice you like in our AI Voice AudioBook app.

Loading QR code...