Free eBook, AI Voice, AudioBook: Koning Richard de Derde by William Shakespeare

AudioBook: Koning Richard de Derde by William Shakespeare
0:00 / Unknown
Loading QR code...
You can listen full content of Koning Richard de Derde by William Shakespeare in our app AI Voice AudioBook on iOS and Android. You can clone any voice, and make your own AudioBooks from eBooks or Websites. Download now from the Mobile App Store.
Listen to the AudioBook: Koning Richard de Derde by William Shakespeare
KONING RICHARD DE DERDE
PERSONEN:
-
Koning Edward de Vierde.
-
Edward, prins van Wales, } zijn zonen.
-
Richard, hertog van York, }
-
George, hertog van Clarence, } broeders des konings.
-
Richard, hertog van Gloster, }
-
Een jonge Zoon van Clarence.
-
Hendrik, graaf van Richmond, later koning Hendrik de Zevende.
-
Kardinaal Bourchier, aartsbisschop van Canterbury.
-
Thomas Rotherham, aartsbisschop van York.
-
John Morton, bisschop van Ely.
-
De hertog van Buckingham.
-
De hertog van Norfolk.
-
De graaf van Surrey, zijn zoon.
-
Graaf Rivers, broeder van koningin Elizabeth.
-
De markies van Dorset, } haar zonen.
-
Lord Grey, }
-
De graaf van Oxford.
-
Lord Hastings.
-
Lord Stanley, ook graaf Derby genoemd.
-
Lord Lovel.
-
Sir Thomas Vaughan.
-
Sir Richard Ratcliff.
-
Sir William Catesby.
-
Sir James Tyrrel.
-
Sir James Blount.
-
Sir Walter Herbert.
-
Sir Robert Brakenbury, commandant van den Tower.
-
Christopher Urswick, een priester.—Een ander Priester.
-
Tressel en Berkeley, edellieden van lady Anna.
-
De Lord-Mayor van Londen.—De Sheriff van Wiltshire.
-
Elizabeth, gemalin van koning Edward den Vierden.
-
Margaretha, weduwe van koning Hendrik den Zesden.
-
De hertogin van York, moeder van koning Edward den Vierden, van Clarence en van Gloster.
-
Lady Anna, weduwe van Edward, prins van Wales, den zoon van koning Hendrik den Zesden, later gemalin van Richard.
-
Een jonge Dochter van Clarence.
-
Lords. Gevolg. Een Heraut. Een Griffier. Een Gevangenbewaarder.
-
Burgers. Moordenaars. Boden. Geesten. Krijgslieden enz.
Het tooneel is in Engeland.
EERSTE BEDRIJF.
EERSTE TOONEEL.
Londen. Een straat.
Gloster komt op.
GLOSTER. Nu werd de winter onzer wreev’le stemming Tot blijden zomer door de zon van York; De zware wolken, die ons huis bedreigden, Verzwolg de diepe schoot des oceaans. Nu drukken zegekransen ons de slapen; Ons butsig wapentuig siert thans den wand; Het slaggedruisch vervangen vreugdegalmen, De felle marschen zoete dansmuziek; De krijg ontfronste ’t norsch gerimpeld voorhoofd, Bestijgt niet meer ’t geharnast ros, en wekt Geen angst in ’t hart van schrikb’re tegenstanders, Maar huppelt, bij een eed’le gastvrouw, luchtig Naar ’t wulpsche welgevallen van een luit. Doch ik, geenszins gevormd voor snaaksche grappen, Of om verliefden spiegels ’t hof te maken, Die ’t oog bekoort van dart’le, luchte nimfen, Ik, in dien juisten bouw te kort gedaan, Valsch door Natuur van evenmaat verstoken, Verknoeid, onafgewerkt, te vroeg de wereld, Die ademt, ingezonden, nauwelijks half Voltooid en wel zoo lam, zoo vreemd van vorm, Dat honden bassen, als ik langs hen hink,— Ik ken, in dezen tijd van vreêschalmeien, Voor mij geen enkel lustig tijdverdrijf, Dan ’t staren op mijn schaduw in de zon En ’t heeklen van mijn eigen wangestalte; En daarom—wijl ik niet voor minnaar deug Om dezen welbespraakten tijd te korten— Is mijn besluit genomen: ’k word een booswicht En zweer des tijds nietswaardig beuz’len haat. Aanslagen smeedde ik, heb ze voorbereid Door dronken profetieën, briefjes, droomen, Om bij mijn broeder Clarence en den koning Weêrzijdschen haat, ten doode toe, te wekken; En is de koning even waar en trouw, Als ik geslepen, valsch en onbetrouwbaar, Dan wordt nog heden Clarence ingerekend, Ter wille van een profetie,—dat G Aan Edwards erven dood bereidt en wee.— Duikt in mijn ziel, gedachten; Clarence komt.
(Clarence komt op, vergezeld van Bewakers, alsmede van Brakenbury.)
Mijn broeder, goeden dag! Waartoe die wacht Bij uw genade?
CLARENCE. Zijne majesteit Heeft, voor mijn veiligheid bezorgd, bevolen, Dat ik aldus ten Tower wierd geleid.
GLOSTER. En dat waarom?
CLARENCE. Omdat ik George heet.
GLOSTER. Ach, dit mylord, is uwe schuld toch niet; Daarvoor moest hij uw peten laten boeten. O, moog’lijk is zijn majesteit van plan, U in den Tow’r opnieuw te laten doopen. Maar Clarence, wat is de oorzaak? mag ik ’t weten?
CLARENCE. Ja, Richard, als ìk ’t weet; doch ik verklaar, Tot nog toe weet ik ’t niet. Maar, zoo ik hoor, Hecht hij aan profetieën en aan droomen, En schrapt de letter G van ’t ABC; Hem spelde een wich’laar, zegt hij, dat een G Zijn kroost onterving brengen zou en wee; Nu, mijn naam, George, o ramp! begint met G, Dus, ìk bedreig zijn kroost en stoor zijn vreê. Dit, zoo ik hoor, en zulke grillen meer Zijn oorzaak, dat zijn hoogheid mij deed vatten.
GLOSTER. Zoo gaat het, doet een man, wat vrouwen willen! U zendt de koning, neen, niet naar den Tower; Mylady Grey, zijn vrouw, die is het, Clarence, Die hem tot zulk een uiterste verleidt. Was ’t niet door haar en dien hoogeed’len vriend, Antonius Woodville, Rivers thans, haar broeder, Dat hij lord Hastings naar den Tower zond, Waar hij eerst heden uit ontslagen werd? Wij zijn niet veilig, Clarence, zijn niet veilig.
CLARENCE. Bij God! geen mensch is veilig, dan verwanten Der koningin, en ook die nachtherauten, Des konings en mejuffer Shore’s loopers. Hebt gij vernomen, hoe als need’lig smeek’ling Lord Hastings haar om zijn bevrijding bad?
GLOSTER. Deemoedig jamm’rend bij haar godd’lijkheid, Erlangde de eed’le kamerheer zijn vrijheid. Ik zeg: naar ìk denk, is het voor ons zaak,— Zoo wij des konings gunst behouden willen,— Als hare dienaars haar livrei te dragen. Sinds onze broeder haar, en die jaloersche, Versleten weeuw tot edelvrouwen sloeg, Stelt haar gesnap in ’t koninkrijk de wet.
BRAKENBURY. ’k Bid uw’ genaden beiden om vergiff’nis, Doch zijne majesteit beval mij streng, Dat niemand, van wat stand hij ook mocht zijn, Vertrouw’lijk met zijn broeder spreken zou.
GLOSTER. Zeer wel; en als ’t uw edelheid behaagt, Vrij moogt gij alles hooren, wat wij zeggen. ’t Is, man, geen hoogverraad; ’t is, dat de koning Vroed is en vroom, zijn eed’le koningin Van rijpen leeftijd, schoon en niet jaloersch;— Alsook, dat Shore’s vrouw een mooien voet heeft, Een kersenmond, schoone oogen, zoete tong; En dat der koningin geslacht voornaam werd. Wat zegt gij, heer, kunt gij dit alles looch’nen?
BRAKENBURY. ’k Heb met dit alles niets te doen, mylord.
GLOSTER. Met juffer Shore niets te doen? Wel, man, Wie iets met haar wil doen, één uitgezonderd, Die doe het liefst in diep geheim, alleen.
BRAKENBURY. Wie is die een, mylord?
GLOSTER. Haar man, gij schelm; zoudt gij mij willen vangen?
BRAKENBURY. Vergeef mij,
You can download, read online, find more details of this full eBook Koning Richard de Derde by William Shakespeare from
And convert it to the AudioBook with any voice you like in our AI Voice AudioBook app.
Loading QR code...