ZanChat logo

Free eBook, AI Voice, AudioBook: Texel by Jac. P. Thijsse

AI Voice AudioBook: Texel by Jac. P. Thijsse

AudioBook: Texel by Jac. P. Thijsse

0:00 / Unknown

Loading QR code...

You can listen full content of Texel by Jac. P. Thijsse in our app AI Voice AudioBook on iOS and Android. You can clone any voice, and make your own AudioBooks from eBooks or Websites. Download now from the Mobile App Store.

Listen to the AudioBook: Texel by Jac. P. Thijsse

Texel

VOORWOORD

Men noemt Zwitserland wel eens het speelveld van Europa. Bergsport, Wintersport, maar bovenal de aanschouwing van de heerlijke Planten- en Dierenwereld en van den bouw van bergen en dalen, kloven en gletschers geven gelegenheid tot veredelend genieten. Speelvelden van dien aard hebben wij ook in ons land en het voornaamste daarvan wordt wel gevormd door de Noordzee-eilanden en de Waddenzee. Van de eilanden is zonder twijfel Texel het schoonste en het rijkste. In dit album hebben wij gepoogd U daarvan het een en ander te vertellen en te vertoonen.

Dr. Jac. P. Thijsse.

I. DE EERSTE KENNISMAKING

Toen ik, nu zevenendertig jaar geleden, op Texel ging wonen werd ik oprecht beklaagd door mijn Amsterdamsche vrienden en collega’s. Wat was er nu op zoo’n schapeneiland te beleven? Maar ik wilde spoedig een „positie” hebben, en nu kon ik kiezen tusschen Wormerveer, Texel en Sint Petersburg. Mijn leven lang zal ik er mij over blijven verheugen, dat ik Texel heb gekozen, en—al heb ik er maar twee en een half jaar gewoond, Texelaar zal ik blijven tot het eind.

Het zou wel meevallen, dacht ik. Texel is even groot als Walcheren en er is meer verscheidenheid van grond dan op de parel der Zeeuwsche eilanden. Ook kreeg ik van mijn goeden vriend en leermeester Kerbert een aardig boekje cadeau, dat handelde over de Flora der Noordzee-eilanden. Dit proefschrift van den helaas jong gestorven botanicus Holkema was toen al een jaar of twintig oud, maar nog volmaakt bruikbaar, want destijds waren de veranderingen op Texel van geenerlei beteekenis. Onder het lezen van dat boekje werden mijn oogen al grooter en grooter, want wat daarin staat van duinen en duinvalleien, van stranden en slikken, van heuvels en heiden is wel geschikt om een vierentwintig jarig natuurvriend in geestdrift te doen ontsteken en te vervullen met ongeduld. Ik weet niet wat er gebeurd zou zijn, als er een dergelijk werkje over de vogelwereld van het eiland had bestaan, want die is er nog feestelijker dan de flora. De meeste voor het ongewapend oog zichtbare planten en dieren van Nederland kende ik al. Die had ik gevonden in de omgeving van Amsterdam, in den vierhoek Monnikendam, Muiderberg, Abcoude, Zandvoort. In de laatste veertig jaren is in dien vierhoek al veel natuurschoon verloren gegaan, maar nog groeit en leeft er genoeg, om rijke voldoening te schenken aan ieder, die genoegen vindt in het aanschouwen van het leven van planten en dieren. Ja, op het bevoorrechte Texel komen niet eens zoo heel veel planten en dieren voor, die ook niet in dien vierhoek zijn te vinden. Toch bestaat er hemelsbreed verschil.

Na een kil zeereisje op de ranke „Ada van Holland” zette ik voet aan wal in de haven van Oude Schild (B) op een druilerigen namiddag in Januari 1890. Het kwakkelde wat, de wegen waren modderig. Het was drie kwartier loopen naar de hoofdplaats van het eiland. Het weer was niet slecht genoeg, om de gele diligence noodig te maken en ik kuierde welgemoed langs den grooten weg, want de bijwegen moest ik nog ontdekken. Trouwens die groote weg was nog smal genoeg. Eerst ging het over en langs den Zuiderzeedijk en toen landwaarts in langs een paar vervallen schansen, die vroeger de Texelsche ree moesten verdedigen. De weg ging nu eerst langs lage hooilanden, toen tusschen hooger grond waar schapen, dicht in hun vacht, knabbelden aan het korte gras of lagen te herkauwen in de luwte van een walletje. Hier in het hooge land zijn geen slooten, maar de weiden worden begrensd door walletjes van meter hoog tot manshoog, al naar de gesteldheid van den grond. Die „tuunwoaltjes” worden opgebouwd van dikke graszoden. Een nieuwe wal kan er keurig uitzien, maar na een paar jaar gaat hij aardig verzakken en vallen er hier of daar gaten in tot groot genoegen van de tapuiten die er hun nesten in maken. Soms is de wal nog versterkt met een prikkeldraad op korte paaltjes. Ik herinner mij nu nog goed, dat de eerste tuunwoaltjes die ik ontmoette dicht begroeid waren met groote rosetten van reigersbek en propperige pollen van Engelsch gras. Meer was er op ’t oogenblik niet te ontdekken.

De weg ging tegen den Hoogen Berg op langs een boerderij, die zeer terecht den naam voerde van Panorama. Hier kijk je over de heele zuidhelft van het eiland heen, meerendeels golvend hoogland, rechthoekig ingedeeld door tuunwoaltjes, links een lage polder, de Prins Hendrik, recht vooruit de slanke toren van Den Hoorn en in een wijden boog daarachter de duinen langs Marsdiep en Noordzee. Dichterbij naar rechts lag Den Burg in hoog geboomte en daar stapte ik na een kwartiertje binnen, gastvrij ontvangen door mijn nieuwen collega, het hoofd van de dorpsschool. Mijn „positie” was namelijk die van hoofd van de school met uitgebreid leerplan, kortweg ook wel genoemd de Fransche school.

Den volgenden morgen ging ik naar die school toe en kwam net aan op het oogenblik dat de grootste jongen, een zestienjarige reus, een van de kleineren in de dakgoot zette, zoo lang was die jongen en zoo laag die dakgoot. Het was maar een klein schooltje en ik verdenk de muren ervan, dat ze maar halfsteens waren. Er was een luchtige zoldering en de groote ramen keken deels uit op het kerkhof, deels op het park en in den zomer zat daar een Spotvogel (106), die zong den heelen dag. De jongens noemden hem Bastaardnachtegaal en wisten dat hij de mooiste eitjes heeft van alle zangvogeltjes, behalve de Wielewaals, maar dat was weer niet de Wielewaal, doch de grauwe Klauwier. Ze hadden eigenlijk onder elkaar zoo maar die namen bedacht. Met de waadvogels en zwemvogels vergisten ze zich nooit en ze konden weergaasch goed een abnormaal dof en groenig tureluurei onderscheiden van een abnormaal glanzig kievitsei. Velen van hen waren bezig om eierenverzamelingen aan te leggen, wel een beetje al te hevig en dat heb ik toen trachten te temperen, door met elkaar een schoolverzameling

You can download, read online, find more details of this full eBook Texel by Jac. P. Thijsse from

And convert it to the AudioBook with any voice you like in our AI Voice AudioBook app.

Loading QR code...